maandag 10 juni 2013

Yvette's Digitaal - 8: Eén boom

De column van Yvette Hoitink in het CBG kwartaalblad Genealogie is getiteld Digitaal. Die titel doet al vermoeden dat de column gaat over computers, internet en genealogie. Daarin wordt natuurlijk regelmatig verwezen naar allerlei websites. Alleen kent een papieren tijdschrift geen hyperlinks. Een goede reden om Digitaal ook digitaal op internet te publiceren. Dat doen we hier op Methodiek dossier@CBG, ook als het artikel bij uitzondering eens een keer géén verwijzingen naar websites bevat... Hier volgt de column uit het juninummer van dit jaar.


Eén boom

Sinds kort kun je bij Familysearch samen werken aan een geïntegreerde stamboom van iedereen. Een soort Wikipedia dus. Het idee is dat genealogen samen consensus bereiken over personen: over de data en plaatsen van gebeurtenissen maar vooral ook over de relaties tussen personen. Ze kunnen hiervoor ook bronnen citeren of uploaden om hun conclusies te onderbouwen. In eerste instantie was ik enthousiast. Het leek me geweldig om met meerdere genealogen samen te werken aan interessante puzzels op basis van gezamenlijk aangedragen bronnen. Ik heb bijgedragen aan tientallen Wikipedia-artikelen en vind het mooi om te zien hoe je samen meer weet dan alleen. Diezelfde synergie zou ik ook graag willen zien bij genealogie. Na mijn eerste ervaringen sloeg de twijfel toe. Is dit eigenlijk wel haalbaar? Voor de eenvoudige gevallen is het wel te doen. Als er duidelijk bewijs ligt ontstaan er niet zo gauw ‘edit wars’ waarbij verschillende mensen touwtrekken om de juiste interpretatie. Maar ik ken genoeg situaties waar twee welwillende, deskundige genealogen op basis van het zelfde bewijs toch tot verschillende conclusies komen. Al snel realiseerde ik me dat mijn grootste twijfel te maken had met een fundamenteler probleem: wil ik eigenlijk wel dat dit een succes wordt? Als dit experiment slaagt kan iedereen op termijn met één druk op de knop zijn voorouders vinden. Hoe leuk is genealogie dan nog? Een voetbalwedstrijd kijk je ook om de wedstrijd, niet om de uitslag. Maar de wedstrijd is wel een stuk minder leuk als je de uitslag al kent. Een bijkomend probleem is het opbouwen van vaardigheden. Als je als beginnende genealoog ziet dat het eenvoudige werk al gedaan is, kun je niet meteen met het moeilijke werk aan de slag omdat je daarvoor de vaardigheden nog niet hebt. Juist door het wiel opnieuw uit te vinden en zelf op zoek te gaan naar die ‘gemakkelijke’ voorouders uit de twintigste en negentiende eeuw leer je hoe je onderzoek moeten doen. Ook denk ik dat de gegevens te gemakkelijk geaccepteerd gaan worden. Iedereen die wel eens een cirkelkwartierstaat heeft geprint kent de aantrekkingskracht van de lege vakjes. Dat zijn de vakjes waar we onze aandacht op richten, die gaten moeten gevuld. Dat de gevulde vakjes soms gebaseerd zijn op onbetrouwbaar bewijs of hypotheses zie je niet. Zo’n cirkelkwartierstaat toont ze allemaal in even zwarte inkt en dat nodigt niet uit om daar verder onderzoek naar te doen. Ook bij de integrale stamboom zullen gegevens die eenmaal zijn vastgelegd waarschijnlijk niet snel opnieuw kritisch bekeken worden. De gezamenlijke focus zal ook daar snel verschuiven naar de doodlopers. Al met al blijf ik dus lekker aan mijn eigen boompje werken. Die deel ik wel online, zodat anderen mij kunnen vinden en we kunnen samenwerken als we met dezelfde families bezig zijn. Daarmee heb ik wel de voordelen van samenwerken maar houden we onze hobby ook leuk voor de generaties na ons.

Yvette Hoitink
genealoog en itc-adviseur