donderdag 6 december 2012

Yvette's Digitaal - 6: Mooiste vondst

De column van Yvette Hoitink in het CBG kwartaalblad Genealogie is getiteld Digitaal. Die titel doet al vermoeden dat de column gaat over computers, internet en genealogie. Daarin wordt natuurlijk regelmatig verwezen naar allerlei websites. Alleen kent een papieren tijdschrift geen hyperlinks. Een goede reden om Digitaal ook digitaal op internet te publiceren. Dat doen we hier op Methodiek dossier@CBG, ook als het artikel bij uitzondering eens een keer géén verwijzingen naar websites bevat... Hier volgt de column uit het decembernummer van dit jaar.

Mooiste vondst

Als je op een verjaardag vertelt dat je aan genealogie doet, is de eerste vraag vaak ‘Hoe ver ben je al terug?’ En als ze dan, na een enthousiaste uitleg dat je via sommige lijnen terug bent tot in de Middeleeuwen en via andere lijnen vast zit op een onwettig kind in de negentiende eeuw, nog niet alle interesse verloren hebben volgt soms die tweede vraag: ‘Wat is je mooiste vondst?’ Mijn mooiste vondst gaat niet eens over mijn eigen familie. Daar heb ik prachtige dingen gevonden, maar geen dingen die mijn wereld op zijn kop zetten. Maar voor mijn vriendin Chawwa Wijnberg veranderde er wel wat dankzij mijn speurwerk. In april 2010 was de herdenking van de bevrijding van Westerbork in het nieuws, toen 65 jaar geleden. Selma Wijnberg, de enige Nederlandse overlevende van Sobibor, zou daarbij aanwezig zijn. Zij is na de oorlog teruggekeerd in Nederland, maar werd het land uitgezet omdat ze met een Pool getrouwd was en woont nu al jaren in de Verenigde Staten. Dit is de eerste keer dat zij weer in Nederland is. Zou Selma familie van Chawwa zijn, vraag ik me af. Via een zoekmachine zoek ik naar de namen van Selma’s ouders. Die vind ik niet, maar wel een interview met Selma, waarin ze beschrijft dat haar ouders een hotel hadden in Zwolle. In de online collectie familieadvertenties van het CBG vind ik een tweetal advertenties waarin een echtpaar Wijnberg voorkomt, dat een gelijknamig hotel had. Dat moeten wel de ouders van Selma zijn. Dankzij Genlias is de link snel gelegd: Selma is een volle nicht van Chawwa’s vader. Ik vraag aan Chawwa’s vrouw Marianne of zij al weten dat Chawwa’s achternicht de volgende week in Nederland zal zijn. ‘Dat is geen familie, Chawwa’s hele familie van vaderskant is vermoord’, is het stellige antwoord. Ik krijg kippenvel als ik me realiseer wat dit betekent. Voorzichtig leg ik uit waarom ik denk dat het hier toch echt om een achternicht gaat. Dit is te belangrijk, ik mag me niet vergissen. Marianne is het met me eens dat het wel moet kloppen en vertelt het aan Chawwa. Nog diezelfde avond belt Chawwa met Amerika en spreekt met Selma. Mijn conclusie klopt. Ze maken een afspraak en een week later volgt een ontmoeting met Selma en haar kleinkinderen. Door mijn nieuwsgierigheid heeft Chawwa er ineens een hele familie bij, 65 jaar nadat ze dacht dat iedereen was vermoord. Chawwa, zelf dichter, beschrijft het heel treffend in haar column: ‘Ik heb al dagen het gevoel van een kind, dat ik al een heleboel dagen achter elkaar jarig ben. Selma is familie. Selma heeft Sobibor overleefd. Selma heeft mijn grootvader ooit een keer ontmoet. Hij was aardig. Dus niet meer alleen: mijn grootvader werd doodgeslagen in Vught. Hij was aardig. Er is een verschuiving in mijn hoofd. Ik had een grootvader. Hij was aardig.’

Yvette Hoitink
genealoog en itc-adviseur