vrijdag 17 februari 2012

Openbaarheid van testamenten en notariële akten

Regelmatig bereiken ons vragen over openbaarheid van testamenten en notariële akten. Wanneer komen akten beschikbaar en welke normen hanteren archieven daarbij? Hoewel ieder specifiek archief eigen kenmerken en "eigenaardigheden" heeft, waardoor archivarissen eigen grenzen moeten stellen, kunnen we wel enkele wettelijke minimumgrenzen aangeven:

Ten aanzien van de openbaarheid van testamenten hanteren de meeste archieven een termijn van 94 jaar. Die termijn is conform bepaling van de staatssecretaris van OCW uit 1996. Deze termijn gaat er om wille van de privacy van uit dat de opsteller van het testament zeker overleden zijn. Daarvoor geldt de stelregel geboortedatum plus 110 jaar. Een opsteller van een testament moet echter wettelijk minstens 16 jaar zijn. Dus houden we voor openbaar maken van een testament aan: de datum waarop testament is opgemaakt plus 94 jaar (110-16=94 jaar).

De zelfde minimumtermijn geldt voor zogenaamde codicillen. Dat zijn zelf geschreven wilsbeschikkingen van mensen (zonder tussenkomst van notaris), op papier met handtekening, waarop staat wat er na je dood met je spullen of je lichaamsorganen moet gebeuren.

Voor overige notariële akten (niet zijnde wilsbeschikkingen in de vorm van testamenten) houden archieven meestal 75 jaar na dato aan, conform de nieuwe Wet op Notarisambt van 1999. Als je er van uit gaat dat de stukken 'worden overgebracht' in blokken van 10 jaar komen we de facto uit op 75 á 85 jaar na dato.

Wanneer een onderzoeker een testament wil inzien in afwijking van genoemde ondergrens, dan moet deze te minste schriftelijk kunnen aantonen dat de testateur is overleden. Dit kan bijvoorbeeld met een kopie van een Persoonskaart (PK) of Persoonslijst (PL) van het CBG.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten