dinsdag 20 december 2011

Repertorium van Nederlandse zending- en missiearchieven 1800-1960

Op 16 december 2011 is het Repertorium van Nederlandse zendings- en missiearchieven 1800-1960 gepubliceerd op de website van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Het Repertorium is bij uitstek de geschikte startplaats voor genealogen om zendelingen en missionarissen terug te vinden waarvan men het spoor bijster is geraakt. Of om meer informatie te zoeken over de betrokkenen.

Het Repertorium is een digitale onderzoeksgids die de wetenschappelijk onderzoeker en de geïnteresseerde leek niet zozeer wegwijs maakt in maar de weg wijst náár de bronnen voor dit onderzoeksterrein. Dit kunnen archieven zijn, maar ook bibliotheken en collecties met beeld- en geluidsmateriaal. Het repertorium geeft een overzicht van meer dan 600 archieven met veel praktische informatie zoals bewaarplaats, toegankelijkheid en openbaarheid. Daarnaast wordt aanvullende informatie gegeven over periodieken en literatuur. De archieven zijn afkomstig van organisaties en personen.


Het doel van zending is om mensen die een andere religie belijden ertoe te brengen zich te bekeren tot een christelijke religie. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen de missie voor katholieken, en de zending voor protestanten. Zending en missie kunnen gericht zijn op andere overzeese landen, maar ook op de bevolking van het eigen land. In dat laatste geval spreekt men van inwendige zending of evangelisatie.

Bij het Repertorium hoort een inhoudelijke inleiding die zending en missie in historisch kader plaats en een overzicht van bronnen en literatuur.Uiteraard kan men er uitgebreid zoeken. Verder in de bijlagen diverse kaarten van missie- en zendingsgebieden, een lijst van katholieke missionarissen 1800-1940 en protestantse zendelingen 1800-2011.

maandag 19 december 2011

Themanummer van De Nederlandsche Leeuw over bastaardij

Nummer vier van de 128e jaargang van De Nederlandsche Leeuw, het tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde (KNGGW), is geheel gewijd aan het thema bastaardij.  In Nederland is volgens de redactie nog geen systematisch onderzoek gedaan naar het fenomeen bastaardij. Zonder de pretentie te hebben een eerste aanzet te geven tot zulk onderzoek hoopt de redactie van De Leeuw het thema op deze manier wel te agenderen.
In genealogisch verband kan men bij bastaardij o.a. denken aan verboden vruchten van koninklijke, adellijke en geestelijke heren en aan buitenechtelijke kinderen van Europeanen in De Oost en De West. Voorbeelden daarvan worden dan ook behandeld in een aantal artikelen:
  • Zonen zonder vader. Bastaarden van Brederode in de veertiende eeuw, door Ronald van der Spiegel
  • W.A. Wijburgs 'Notitiae bastardi' uit de genealogische aantekeningen van Cornelis Booth, door Marten Jan Bok
  • Bastaarden Van Ruijtenberch te Utrecht, door Denis Verhoef
  • Bastaardij op z'n Indisch, door Roel de Neve
  • Koninklijke bastaarden in Nederland in de negentiende eeuw. Feit of toch fictie?, door Roel de Neve

De Nederlandsche Leeuw wordt vier keer per jaar toegezonden aan leden van het KNGGW. Een lidmaatschap kost € 55,- per jaar. Losse nummers zijn verkrijgbaar voor € 15,-, excl. verzendkosten. Zie website KNGGW.

donderdag 1 december 2011

Yvette's Digitaal - 2: Landverhuizers

Yvette Hoitink heeft in het CBG kwartaalblad Genealogie een column getiteld Digitaal. Die titel doet al vermoeden dat de column gaat over computers, internet en genealogie. Daarin wordt natuurlijk regelmatig verwezen naar allerlei websites. Alleen kent een papieren tijdschrift geen hyperlinks. Een goede reden om Digitaal ook digitaal op internet te publiceren. Dat doen we hier op Methodiek dossier@CBG, mèt links. Dan kunnen de lezers ook meteen doorklikken.

Landverhuizers

In de negentiende eeuw zijn duizenden mensen uit Winterswijk en omgeving geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Landverhuizers, zo werden ze genoemd. Sommigen vertrokken vanwege hun geloof, de meesten in de hoop op een beter bestaan. Onder hen bevonden zich ook de nodige broers en zussen van voorouders van me. Nieuwsgierig naar wat er van hen geworden was, legde ik via internet contact met hun nakomelingen. Wat begon als een simpele vraag (‘What happened to Gerrit Jan Droppers?’) mondde al snel uit in veel langdurige contacten, en in een van de hechtste vriendschappen van mijn leven.
De eerste die reageerde was Mary Risseeuw uit Wisconsin. Zoals haar naam al doet vermoeden, is zij een Amerikaanse met Nederlandse wortels. ‘100% Dutch’, zegt zij zelf trots: haar hele kwartierstaat is Nederlands. In het plaatsje waar zij is opgegroeid, Oostburg Wisconsin, is zij geen uitzondering. De meeste inwoners hebben Achterhoekse of Zeeuwse achternamen en in veel voortuintjes prijkt trots een windmolen. Mary doet onderzoek naar Nederlandse families in Wisconsin en werkt voor een historisch centrum. Samen hebben we al honderden mensen kunnen helpen met het vinden van familieleden aan de andere kant van de oceaan.
Voor ons onderzoek naar emigranten en hun families gebruiken we veel internetbronnen. In het Nationaal Archief bevinden zich de Staten van Landverhuizers, lijsten met emigranten die vanaf 1848 werden opgesteld door de provincies. Op de website gahetNA staat een index op deze bron. In de Verenigde Staten werden de landverhuizers die via New York binnenkwamen, opgevangen in Castle Garden en vanaf 1892 op Ellis Island. Die passagierslijsten zijn ook online te vinden. De derde belangrijke bron die we gebruiken, zijn de census records, de Amerikaanse volkstellingen die elke tien jaar worden gehouden. Op Familysearch zijn deze gedeeltelijk gratis in te zien, maar ik gebruik vooral Ancestry, waar alle openbare census records beschikbaar zijn als je een (betaald) abonnement hebt.
Daarnaast bouwen we verder op het werk van andere genealogen. Een prachtig voorbeeld van online samenwerking vind ik de website Find a Grave, waar bijna een miljoen vrijwilligers foto’s van grafstenen publiceren en beschrijven. In de Verenigde Staten worden graven zelden geruimd, waardoor de meeste grafstenen van emigranten nu nog bestaan.
Dankzij al deze bronnen weet ik inmiddels van zo’n drieduizend van de ruim vijfduizend emigranten uit Winterswijk en omstreken waar ze terecht zijn gekomen en wat er van hen geworden is. Door zo’n hele groep te onderzoeken, ontdek je patronen die je anders ontgaan. Ik geef hier lezingen over, zowel in
Nederland als in de Verenigde Staten. Met behulp van een webcam en Skype hoef ik daar niet eens voor te reizen. En Mary?  Zij komt inmiddels ook in de Nederlandse burgerlijke stand voor: zij was vorig jaar getuige bij mijn huwelijk.

Yvette Hoitink,
genealoog en ict-adviseur