dinsdag 26 april 2011

Weer en geschiedenis

Voor onze voorouders was het weer niet alleen net als voor ons een belangrijk gespreksonderwerp, het weer was daadwerkelijk van grote invloed op het dagelijkse leven. Een koudegolf leidt nu tot hoge energierekeningen, maar kon vroeger levensbedreigend zijn. Extreem weer kon leiden tot haperende aanvoer of mislukte oogsten, voedselschaarste, duurte en honger. Er bestaan ook nog relaties tussen epidemische ziekten en bepaalde weersomstandigheden.
Voor de familiehistoricus een goed reden om af en toe eens in het weer van vroeger te duiken. Was er een relatie tussen de verkoop van een boerderij of akker en misoogsten? Waarom stierven in korte tijd meerdere leden van een gezin? Maar ook zonder een onmiddellijke aanleiding is het verhelderend om je een voorstelling te kunnen maken hoe mensen in het verleden hete zomers of koude winters moeten hebben ervaren.

De antwoorden op zulke weervragen waren voorheen niet snel te geven. Sinds 1995 beschikken we in Nederland echter over een groeiende serie boeken die hierbij behulpzaam kan zijn. Historisch geograaf Jan Buisman is bezig met een heuse krachttoer door in acht kloeke delen van elk tussen de 650 en 1000 pagina's de geschiedenis van Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen te schrijven. Inmiddels zijn al vijf delen verschenen bij Uitgeverij Van Wijnen.
  • Deel 1: tot 1300 + een uitvoerige inleiding, 656 blz.
  • Deel 2: 1300-1450, 690 blz.
  • Deel 3: 1450-1575, 808 blz.
  • Deel 4: 1575-1675, 768 blz.
  • Deel 5: 1675-1750, 998 blz.
  • Deel 6 t/m 8 zijn gepland voor 2012, 2014 en 2017
De serie is van onschatbare waarde voor historici en genealogen en zijn prachtig geïllustreerd. De bekende Franse historicus Emmanuel le Roy Ladurie schreef over de serie: "Ik raad iedereen aan Nederlands te leren, om het werk van Buisman te kunnen lezen". De boeken kosten € 49,50 per deel.


Voor wie voorlopig met één boek van Buisman wil volstaan verscheen onlangs het boek Extreem weer! Een canon van weergaloze winters & zinderende zomers, hagel & hozen, stormen en watersnoden. Dit boek kost eveneens € 49,50 (zie website uitgever) en is bijgewerkt tot en met de winter van van december 2010. Het boek heeft een groot aantal bijlagen met overzichten van brongebruik, hitte- en koudegolven, records, antieke lengtematen, elfstedentochten, stormvloeden etc.

In september 2001 schreef Jan Buisman al eens een artikel voor het CBG kwartaalblad Genealogie over weer en geschiedenis. Dat artikel kan hier worden gedownload. In dat artikel wijst Buisman ook op het belang van oude kranten en  jaarboeken voor de reconstructie van het weer in een bepaald jaar. Hij noemt met name de Hollandse Mercurius (1650 tot 1690), de Europische Mercurius (1691 tot 1756), de Nederlantsche Mercurius (1756 tot 1807). Verschillende jaargangen van deze jaarboeken zijn inmiddels online te vinden via Google Books of Internet Archive.
Voor oude kranten beschikken we natuurlijk over de website Historische Kranten van de KB, waar je kunt zoeken in vier eeuwen kranten.

Zie ook artikel website KNMI: Buisman over de warmste zomer (1540)
Zie ook artikel website KNMI: Buisman over de kleine ijstijd.

woensdag 20 april 2011

Hans Aarsman over anonieme bruiloftfoto's

Foto's zijn ook bronnen. Foto's optimaal gebruiken of interpreteren is net als het interpreteren van geschreven bronnen een kunst op zich. Hans Aarsman doet dat op een heel eigen manier. 17 April jl. was Hans Aarsman te gast bij Kunststof TV, waar hij uit de doeken deed hoe hij op zijn eigen speciale manier aankijkt tegen anonieme bruiloftfoto's vol van universele cliché's. Met een bijdrage van schrijfster Naema Tahir. Zie onderstaand, vanaf 11:05 minuten. Of ga naar player.omroep.nl

Get Microsoft Silverlight Of bekijk de flash versie.

maandag 18 april 2011

Herkomstonderzoek en plaatsnamen

Bij genealogisch onderzoek stuit je regelmatig op plaatsnamen (toponiemen) waarvan je in eerste instantie geen flauw idee hebt waar je ze moet zoeken. Of je denkt het wel te weten en komt er later achter dat je er helemaal naast zat. 
Net als bij familienamen zijn ook plaatsnamen niet onveranderlijk. De spelling wijzigt in de loop van de eeuwen en soms krijgen plaatsen zelfs een nieuwe naam. Denk maar eens aan plaatsen in Oost-Europa die onder de communisten werden genoemd naar vaderlandse helden en later weer hun oorspronkelijke naam terug kregen. Zoals Sint-Petersburg > Leningrad > Sint-Petersburg.
Ook nemen plaatsen toe of af in belang. Een klein gehucht van weleer kan een grote stad zijn geworden en een voormalige buurgemeente hebben overvleugeld. Soms vervallen gemeenten tot buurtschappen. Sommige dorpen worden opgeslokt door steden en de naam vind je dan terug als stadswijk, straatnaam of zelfs helemaal niet meer. Dan hebben we nog verdwenen dorpen en verdronken plaatsen. Sommige plaatsnamen komen vaker voor dan je denkt, hetgeen nogal eens tot verwarring leidt. Om nog maar te zwijgen van verschrijvingen, fonetische spelling etc.
Met andere woorden, een historische plaatsaanduiding juist interpreteren is niet altijd een abc'tje.

Bij het Stadsarchief Amsterdam hadden ze die ervaring ook. De medewerkers kregen veel vragen van bezoekers naar aanleiding van duistere toponiemen. Dat was voor de voormalige gemeentearchivaris Simon Hart aanleiding om een kaartsysteem te maken met aangetroffen oude herkomstbenamingen en de juiste moderne benaming. Hiervan is inmiddels een lijst gemaakt. Die lijst is als PDF te downloaden en telt inmiddels maar liefst 1918 pagina's !!

Uiteraard is geen enkele lijst volledig. Ook niet eentje van bijna 2000 pagina's. Niet in de laatste plaats omdat deze lijst gebaseerd is op de Amsterdamse ervaringen. Voor de mensen die met de lijst niet geholpen zijn volgen enkele tips om zelf op onderzoek uit te gaan. Het Stadsarchief Amsterdam houdt zich aanbevolen voor aanvullingen.


Op internet zijn enkele handige sites te vinden met overzichten van Nederlandse plaatsnamen. Zoals Metatopos.org, met ongeveer 6500 plaatsnamen , op verschillende manieren gepresenteerd.

Erg handig is ook de Gemeente Atlas van Kuyper. Op de gedetailleerde kaarten per gemeente die zijn gemaakt in tussen 1865 en 1870 zijn vaak de kleinste gehuchten nog terug te vinden.

In z'n algemeenheid zijn oude kaarten vaak waardevolle hulpmiddelen bij herkomstonderzoek. Ook de website WatWasWaar biedt een groot aantal oude kaarten die behulpzaam kunnen zijn.

Op de website van het Netwerk Naamkunde is een speciaal hoofdstuk gewijd aan etymologie van toponiemen. Daarbij ook aandacht voor boerderijnamen. Boerderijnamen waren in het verleden vooral in Gelderland van belang als onderscheidend element. Vaak werden mensen zelfs naar de boederijnaam genoemd. Dit is onderwerp van een bloeiend speciaal onderzoekspecialisme van met name het Oostgelders Tijdschrift voor Genealogie en Boerderijonderzoek, het OTGB.



In de databank Namen en naamkunde in Nederland en elders van het Meertens Instituut kun je zoeken op toponiemen. Als resultaat krijg je publicaties waarin de gezochte plaatsnaam voorkomt en gegevens over de locatie.


Wanneer je voorouders uit het buitenland komen kun je evengoed te maken krijgen met plaatsnamenproblematiek. Vaak nog verergerd doordat de ambtenaar, dominee of pastoor in kwestie bij het noteren van plaatsen van herkomst vaak de neiging had minder precies te zijn naar mate de plaats verder weg was en de vreemdeling vaak ook nog eens een andere taal sprak.
In Frankrijk was de Franse Revolutie aanleiding om veel plaatsnamen te wijzigen. Gelukkig zijn er oude kaarten en waarop de oude plaatsnamen te vinden zijn, en zijn er onderzoekers die lijsten aanleggen met oude plaatsnamen. In Migranten dossier@CBG is hier eerder aandacht aan besteed.

Er handig is verder de forum-website Exonyme - Vergessene Ortsnamen. Daar worden vergeten plaatsnamen uit de hele wereld gesignaleerd, gezocht en besproken. Daar een vraag stellen kan een goed idee zijn.

Toegevoegd 19 september 2011, na tip van Bob Coret via Twitter:

Wikipedia geeft een overzicht van endoniemen, buitenlandse plaatsnamen die in het Nederlands anders worden genoemd. Denk aan Luik voor Liège.
Wikipedia geeft ook een overzicht van exoniemen, Nederlandse plaatsnamen die in het buitenland anders worden genoemd. Denk aan Bois le Duc voor 's Hertogenbosch.

vrijdag 15 april 2011

Schrijfwijzers

Regelmatig bereiken ons vragen van het type "aan welke regels moet ik me houden bij het schrijven".  We hebben daarvoor géén kant en klare handleiding liggen. Wel hebben we specifieke richtlijnen voor artikelen in het Jaarboek CBG (zie download), maar het ligt niet voor de hand die op allerlei andere publicaties ongewijzigd toe te passen.
Voor het schrijven volgens wetenschappelijke maatstaven zijn op websites van verschillende universiteiten tips, schrijfwijzers etc. te vinden. Daaruit kan de aspirantschrijver met wat vindingrijkheid goed een eigen 'recept' destilleren.

Enkele voorbeelden:
Een hoop tips op allerlei deelgebieden vind je opgesomd onder de titel 'schrijven leren' op de website van Schrijvers4fun.

Uiteraard zijn er ook handleidingen te koop:

Bekend is de Schrijfwijzer van Jan Renkema (afb. boven). Doelgroep is iedereen die dagelijks teksten schrijft of corrigeert, zoals: academici en HBO’ers letteren/communicatie, taaldocenten, communicatiespecialisten, journalisten, tekstschrijvers, redacteuren, correctoren, beleidsambtenaren en juristen. Zie website Sdu Uitgevers.

Speciaal gericht op internet is het boek Schrijfwijzer voor het web van Chrétien Breukers en Merel Roze (2e afb.). Zie website Uitgeverij Augustus.

Een andere keer zullen we aandacht besteden aan creatief schrijven...

Oorlogsdagboeken als bron of ter inspiratie ...

Dagboeken zijn voor sommige soorten onderzoek waardevolle bronnen. Niet alleen omdat ze veel zeggen over de schrijver van het dagboek of over de onderwerpen die in het dagboek aan bod komen. Ze kunnen ook een bron van inspiratie zijn. Als je weet dat een voorouder ondergedoken heeft gezeten in de oorlog en je wil méér weten over wat hij of zij mogelijk heeft meegemaakt, dan kan het lezen van dagboeken van lotgenoten helpen om je er een voorstelling te maken. Ook kunnen dagboeken een bron van inspiratie zijn wanneer je je wil voorbereiden op vraaggesprekken waarmee je bijvoorbeeld oral historie wil vastleggen.

Bij het NIOD in Amsterdam hebben ze inmiddels méér dan 1600 oorlogsdagboeken beschreven. Vastgelegd is (indien bekend) de auteur, plaats van handeling en periode die het dagboek beslaat en een korte beschrijving van de inhoud. Er zijn dagboeken van allerlei verschillende soorten mensen, waaronder ook onderduikers, verzetsstrijders, mensen die werkte in de Arbeidseinsats etc. De meeste dagboeken zijn slechts beperkt toegankelijk i.v.m. overwegingen van privacy. Zie website NIOD (>Zoeken in collecties > Dagboekcollecties) voor meer informatie over voorwaarden en recente toevoegingen.
Een overzicht van de oorlogsdagboeken van het NIOD is te vinden in www.archieven.nl, onderverdeeld naar Europese en Indische dagboeken. Met wat zoeken vind je ook enkele dagboeken die wel volledig digitaal toegankelijk zijn. Zoals deze.

Een kleiner aantal oorlogsdagboeken en brieven uit de oorlog is wel integraal te lezen via Het Geheugen van Nederland.
Ook het Utrechts Archief heeft een (klein) aantal Oorlogsdagboeken online gezet. Die vind je hier.


Een héél speciaal oorlogsdagboek is dat van Elisabeth van Aller-van den Born. Zij woonde als 12-jarig meisje tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amersfoort. Zij schreef haar belevingen in haar dagboek, net als Anne Frank. Haar dagboek is door Museum Flehite gescand en door mevrouw Van Aller beschikbaar gesteld voor gebruik in het onderwijs. Zie website Archief Eemland

maandag 11 april 2011

Dateren van carte de visite foto's

Bijna iedereen heeft in oude familiealbums wel een paar zogenaamde carte de visite foto's. Dat zijn van die kleine foto's (ca. 6 x 9 cm) , meestal een portret, geplakt op een kartonnetje met op voorzijde of achterzijde naam of logo van de fotograaf.  Ze waren erg 'en vogue' vanaf ongeveer 1860 tot en met de Eerste Wereldoorlog. De fotograaf maakte ze in zijn atelier en daarbij ensceneerde hij het geheel vaak met speciale kledij of attributen en achtergronddecors. Door die werkwijze is aan de afbeelding zelf vaak moeilijk te zien hoe oud ze precies zijn. Daardoor zijn ze soms zelfs niet 1,2,3 met zekerheid toe te schrijven aan een bepaalde generatie. Is het de oom of de neef? De datering is een kunst op zich.

Er zijn wel een paar handigheden die kunnen helpen. Allereerst natuurlijk eventuele op- of bijschriften, dat spreekt voor zich. Daarna ook de context. De volgorde waarin foto's in een album zitten kan natuurlijk veel verduidelijken, al zitten daar haken en ogen aan. Een technisch hulpmiddel is het gewicht van de foto's. De volgende tabel geeft aan hoe het gemiddelde gewicht van de carte de visite foto's in de loop van de decennia veranderde. Dit vraagt om een secure post- of keukenweegschaal.



Maar de belangrijkste methode om een foto bij benadering te dateren is het verzamelen van informatie over de fotograaf die de foto heeft gemaakt. Dan moet je wel beschikken over biografische gegevens van een fotograaf. Gelukkig heeft Steven Wachlin vele jaren gewerkt aan een totaaloverzicht van alle fotografen in Nederland geboren vóór 1900. Dit heeft geleid tot twee kloeke boeken die in april 2011 zijn uitgekomen: Photographers in the Netherlands. Daarin van bijna 3000 fotografen zoveel mogelijk biografische gegevens, waaronder veelal ook de actieve jaren en de verschillende adressen waarop de fotograaf gevestigd was, met de vestigingsjaren. De boeken van Steven Wachlin tellen méér dan 700 pag.'s,  zijn verkrijgbaar bij het CBG en kosten samen € 99,- incl. verzendkosten. Bestellen kan per email.

In het voorjaarsnummer van 2004 van het CBG-kwartaalblad Genealogie stond een artikel van D.P. Huijsmans van de Universiteit van Leiden over het dateren van carte de visite foto's. Dat kun je hier lezen.

In het voorjaarsnummer van Genealogie van dit jaar staat een artikel van Hans Rooseboom van het Rijksmuseum naar aanleiding van het verschijnen van bovengenoemd naslagwerk van Steven Wachlin. Dat kun je hier lezen.


Bij het CBG is ook een handig boekje verkrijgbaar waarin uitgebreid uit de doeken wordt gedaan hoe oude foto's te dateren. Het Nederlandse fotoportret 1860-1915, van M. van Dorpel, J.F. Kousemaker en J.W. Zondervan. Dit is verschenen als CBG-reeks nr. 11 (Den Haag 1989), telt 60 pag.'s. en kost slechts € 7,-.Het boek kan hier online worden besteld.

vrijdag 1 april 2011

Vastleggen familieverhalen - deel 3: Oorlogsverhalen

Bij het vastleggen van oral history vragen verschillende onderwerpen om verschillende aanpak en voorbereiding. In Methodiek dossier@CBG  besteedden we al een aantal keer aandacht aan het vastleggen van familieverhalen. In Vastleggen familieverhalen - deel 1: Oral history gaat het in het algemeen over methoden en technieken voor interviews en voorbeeldvragen. In Vastleggen familieverhalen - deel 2: Verre Voorouders is er speciale aandacht voor de noodzaak van het vastleggen van oral history van mensen met hun wortels in het verre buitenland zoals Turkije en Marokko.

Het vastleggen van oorlogsverhalen is weer een heel ander hoofdstuk. In het kader van het subsidieprogramma van Erfgoed van de Oorlog van het Ministerie van VWS is een website tot stand gekomen met daarop een groot aantal Getuigenverhalen, verdeeld over verschillende thema's zoals dagelijks leven, evacuatie, illegaliteit, internering, vervolging, nationaal-socialisme, Nederlands-Indië. Deze kunnen dienen ter inspiratie bij de voorbereiding van eigen projecten.

Ook heeft het project Getuigenverhalen in het kader van het vastleggen van de zogenaamde 'lessons learned' geleidt tot een speciale handleiding voor interviews over oorlogservaringen. Hoe ga je om met goed en fout? Willen mensen wel vertellen over traumatische ervaringen?  
De handleiding is op internet beschikbaar. Daarin komen de volgende onderwerpen aan de orde:
  • het voorbereiden van interviews,
  • het voeren van verschillende ‘soorten’ gesprekken over het oorlogs verleden en het filmen daarvan,
  • enkele ethische, juridische en technische kwesties die met het oproepen, vastleggen en toegankelijk maken van persoonlijke herinneringen verbonden zijn.

Met dank aan Archiefforum.