maandag 28 maart 2011

375 jaar professoren van Universiteit Utrecht

Ter gelegenheid van het 375-jarig bestaan van de Universiteit van Utrecht is vorige week vrijdag op de dies natalis de website Catalogus Professorum gelanceerd. De website bevat biografische en beroepsmatige gegevens over alle ca. 2600 hoogleraren die sinds 1636 aan de Universiteit Utrecht werkzaam zijn geweest en nog zijn.


De lijst is nagenoeg compleet. Hier en daar ontbreken nog enkele gegevens. Het publiek kan helpen om de ontbrekende gegevens aan te vullen; de site kent daartoe een antwoordknop.

Samen met het Digitaal Album Promotorum en de Bibliografie BiGUU  (publicaties over de geschiedenis van de Universiteit Utrecht) is nu via de website van de universiteit een drietal nuttige onderzoeksinstrumenten beschikbaar voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Universiteit Utrecht.

Eerder besteedden wij in Methodiek dossier@CBG al aandacht aan de dvd Alba Studiosorum van het CBG, waarop ook alle ingeschreven studenten van de Universiteit Utrecht zijn te vinden.

donderdag 17 maart 2011

Winnaar Nederlandse Prijs voor Genealogie 2008

Heerscopinc. De geschiedenis van de erven en geslachten Heerspink 1325-2000 van W. Heerspink (†) en B.J. Finke is bekroond met de Nederlandse Prijs voor Genealogie 2008. De uitreiking van de prijs liet tot afgelopen maand op zich wachten i.v.m. het overlijden van auteur W. Heerspink.


We laten graag de jury aan het woord om de verdiensten van Heerscopinc te schetsen. Daaruit blijkt dat het boek met name uit het oogpunt van methodiek is aan te bevelen.

Het juryrapport:
Genealogisch onderzoek in het oosten van ons land is vaak verre van eenvoudig. Dat heeft verschillende oorzaken.Door een andere juridische structuur van de samenleving en het feit dat een groot aantal boerderijen op het platteland horige of pachterven waren, ontbreekt vaak het type bron dat het gene­alogisch onderzoek elders zo veraangenaamt. Is daar onder­zoek in de diepte -teruggaand in de tijd- meteen mogelijk, hier moet het onderzoek vooral ook in de breedte plaatsvinden. Een bij­zondere eigenschap is het gebruik van toenamen. Een platte­landsbewoner heet naar het erf dat hij bewoont. In de meeste stukken komt hij voor zonder patroniem, een enkele keer zelfs alleen met het voorvoegsel "boer". Wanneer dan ook nog dtb ontbreken of slechts een sobere inhoud hebben, wordt het onder­zoek wel erg taai. Goed genealogisch onderzoek is daarom onderzoek in de breedte. Het is allereerst onderzoek naar het erf, of meerdere erven met een zelfde naam in een wat ruimere omgeving. Vervolgens kan gezocht worden naar de bewoners, naar de plaats van het erf tussen de omringende erven, naar de verhouding met de eigenaar, naar het type erf: horig, pachterf, heel of half erf, keuter. Want horigen trouwden meestal met horigen en pachtboeren vaak met kinderen van pachtboeren van eenzelfde eigenaar. Wie op die manier buurtschappen in kaart brengt en het erf ziet tussen de andere erven kan daarmee zijn voordeel doen bij het familieonderzoek.
Niet alleen op horige erven, maar ook op pachtboerderijen woon­den vaak tientallen, soms meer dan honderd jaar, dezelfde fami­lies. Maar de erven gingen niet altijd over van vader op zoon. Ze gingen bijvoorbeeld ook over van vader op de tweede echtge­noot van de moeder op de volgende echtgenoot van diens tweede echtge­note op een kind uit dit laatste huwelijk. En al die pachtboe­ren ge­bruikten eenzelfde toenaam: die van het erf. Vestigden nakomelingen uit al die huwelijken zich in een kerk­dorp of, verderop, in een stad, dan werd de toenaam meestal een vaste familienaam. Zo ontstonden steeds nieuwe families met eenzelfde naam, ontleend aan een boerderijnaam.

In 2008 verscheen het boek "Heerscopinc. De geschiedenis van de erven en geslachten Heerspink 1325-2000". De auteurs, de heren W. Heerspink en B.J. Finke, beschrijven in dit eerste deel - want er volgt nog meer - drie erven Heerspink, waarvan er twee in het Bentheimse liggen, in Echteler en Klein-Ringe, en één in het Overijsselse Rheeze. In een eerste hoofdstuk, dat uit de literatuur is overgenomen, wordt de betekenis van de naam Heerspink beschreven. Daarna volgen de beschrijvingen van de drie erven: de ligging, ondermeer aan de hand van oude kaar­ten, de historie, de goederen die onder het erf vielen en de economi­sche ontwikkeling door de eeuwen heen, de bezitters, de leen­heren en -mannen, de bewo­ners. Elk onderdeel wordt afgesloten met een genealogie.

Op een voorbeeldige wijze hebben de auteurs alle bronnen die maar mogelijk zijn weten te gebruiken om de problemen, zoals die in de inleiding geschetst, het hoofd te bieden. Zij hebben een onwaarschijnlijke hoeveelheid bronnenmateriaal doorgewerkt, vanaf de middeleeuwen tot op heden, zowel in ons eigen land als in Duitsland. Het zal moeilijk zijn nog ergens een Heerspink-akte te vinden die niet in dit boek is vermeld. Het is een uitstekend voorbeeld van onderzoek in de breedte.

De vondsten hebben niet alleen geleid tot genealogieën van de families Heerspink en aanverwante families, maar ook tot geschiedschrijving van de erven en de bepaling van hun plaats in de buurtschappen. En dan gaat het hier nog maar om deel I, dat net geen 800 pagina's telt. Dit werk mag worden bestempeld als een standaardwerk: gedegen onderzoek, systematisch uitgewerkt met goede analyses, voorbeeldig geannoteerd, goed leesbaar. Dit is een standaard waar men niet zomaar omheen kan.

Er is overigens wel een klein slakje waar de jury een beetje zout op wil leggen. Op sommige plaatsen wordt in een genealogie tussen de 16e- en 17e-eeuwse opeenvolgende mannelijke bewoners van een erf te snel geconcludeerd dat het mogelijk of waarschijnlijk om vader en zoon gaat. Uit het eerder gezegde is al gebleken dat de familieverbanden ook heel anders zouden kun­nen zijn. Men kan in deze tijd vol genealogische virussen niet voorzichtig genoeg zijn. Maar dit slakje verdwijnt in het niet wanneer men het geheel overziet: dit werk heeft een zoda­nige kwaliteit dat het tot navolging oproept. Wie de inhoud van dit boek be­stu­deert en zelf voorouders in de bespro­ken streken heeft, wil al tijdens de lezing ervan spoor­slags naar het oos­ten afreizen om zelf de hand aan de ploeg te slaan. Daarom willen wij deze prachtige uitgave be­kronen met de Nederlandse Prijs voor de Genealogie 2008.
De jury bestaat uit Berend van Dooren, Léon van der Hoeven en Ton Hokken.
==

Heerscopinc is uitgegeven door Uitgeverij Verloren als tweede deel van de nieuwe Genealogische Reeks en kost € 60,-. Zie website.
Zie ook deze bespreking van het boek in de Recensiebank van het Historisch Platvorm.

dinsdag 1 maart 2011

Het belang van Alba Studiosorum

Wanneer één van je voorouders medicus, jurist of priester was heeft de persoon in kwestie bijna zeker ergens gestudeerd. Het is de moeite waard om uit te zoeken waar dat was. En niet alleen omdat het leuk is zulke details te weten over mensen uit het verleden. De keuze voor een bepaalde school / universiteit zegt iets over de mores in de sociale groep waaruit de voorouder voorkwam. En tijdens de opleiding deed men vaak vriendschappen en relaties op die de rest van het leven van belang bleven. Gewoon omdat het handig was om een goed netwerk te hebben, maar ook vanwege werkelijk vriendschappelijke betrekkingen.

De universiteiten en hoge scholen hielden ook in het verleden lijsten met ingeschreven studenten bij. Deze zijn vaak in de loop van de negentiende of twintigste eeuw in druk uitgegeven. Een groot aantal oude zogenaamde Alba Studiosorum van scholen en universiteiten die van belang waren voor  Nederlanders zijn door het CBG bijeen gebracht op een dvd, waaronder uiteraard Leiden, Utrecht en Franeker. Zie bijlage voor een volledig overzicht van de inhoud van de dvd.
De voor katholiek Nederland belangrijke Universiteit van Leuven ontbreekt helaas op deze dvd. De omvangrijke serie Alba Studiosorum van Leuven (Matricule de l'universite de Louvain) kan  wel worden ingezien in de studiezaal van het CBG te Den Haag.

De dvd Nederlandse Alba Studiosorum & Promotorum is verschenen als nr. 5 in de serie Digitale Naslag, kost € 29,50 (incl. verzendkosten) en kan worden besteld via de website van het CBG. De alba op de dvd bestrijken de periode 1550-1900 en beslaan in totaal 11.807 pagina's.

Een aantal Alba Studiosorum of (in het Duits) Matrikel is via internet te raadplegen.
Dit geldt met name voor een aantal Duitse universiteiten en het Zwitserse Zürich:
  • We houden ons uiteraard aanbevolen voor aanvullingen van deze lijst.
Deze Matrikel staan niet op de dvd, maar onder de studenten van deze universiteiten zijn wel degelijk Nederlanders te vinden, gezien de vermeldingen van sommige gelatiniseerde herkomstbenamingen.
Daarnaast is er een aantal artikelen op internet beschikbaar van prof. Willem Frijhoff over Nederlandse studenten in Matricules van onderwijsinstellingen in Frankrijk waarin ook lijsten met namen zijn opgenomen:

In het overzicht van publicaties van Willem Frijhoff staat een groot aantal artikelen dat interessant is voor de bestudering van onderwijs in historisch perspectief. Een deel daarvan is op internet beschikbaar.
In dat verband is ook de masterthese van Annemarieke Blankesteijn uit 2007 interessant:   
Studeren in Duitsland. Nederlandse studenten aan de universiteiten van Duisburg,Göttingen, Heidelberg en Würzburg in de tweede helft van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw. Deze kan integraal worden gedownload.

Zie verder ook de website van La Commission Internationale pour l’Histoire des Universités (CIHU), waar wordt verwezen naar een aantal Alba Professorum (overzichten van professoren) op internet.

Zie voor een beeld van de samenstelling en het leven van de Leidse studentenpopulatie door de eeuwen heen de onlangs in druk verschenen dissertatie van Martine Zoeteman-van Pelt, De studentenpopulatie van de Leidse universiteit, 1572-1812. 'Een volk op zyn Siams gekleet eenige mylen van Den Haag wonende'. Verschenen bij Leiden University Press

Deze bijdrage is laatst bijgewerkt op 27 november 2012. Zie ook het artikel 'Studerende voorouders' van Ruud Straatman in het CBG-kwartaalblad Genealogie van maart 2011. De hyperlinks die worden genoemd in het artikel staan hier bij elkaar. De oorspronkelijk bijdrage aan Methodiek dossier@CBG was van 19 nov. 2010.