dinsdag 20 december 2011

Repertorium van Nederlandse zending- en missiearchieven 1800-1960

Op 16 december 2011 is het Repertorium van Nederlandse zendings- en missiearchieven 1800-1960 gepubliceerd op de website van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Het Repertorium is bij uitstek de geschikte startplaats voor genealogen om zendelingen en missionarissen terug te vinden waarvan men het spoor bijster is geraakt. Of om meer informatie te zoeken over de betrokkenen.

Het Repertorium is een digitale onderzoeksgids die de wetenschappelijk onderzoeker en de geïnteresseerde leek niet zozeer wegwijs maakt in maar de weg wijst náár de bronnen voor dit onderzoeksterrein. Dit kunnen archieven zijn, maar ook bibliotheken en collecties met beeld- en geluidsmateriaal. Het repertorium geeft een overzicht van meer dan 600 archieven met veel praktische informatie zoals bewaarplaats, toegankelijkheid en openbaarheid. Daarnaast wordt aanvullende informatie gegeven over periodieken en literatuur. De archieven zijn afkomstig van organisaties en personen.


Het doel van zending is om mensen die een andere religie belijden ertoe te brengen zich te bekeren tot een christelijke religie. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen de missie voor katholieken, en de zending voor protestanten. Zending en missie kunnen gericht zijn op andere overzeese landen, maar ook op de bevolking van het eigen land. In dat laatste geval spreekt men van inwendige zending of evangelisatie.

Bij het Repertorium hoort een inhoudelijke inleiding die zending en missie in historisch kader plaats en een overzicht van bronnen en literatuur.Uiteraard kan men er uitgebreid zoeken. Verder in de bijlagen diverse kaarten van missie- en zendingsgebieden, een lijst van katholieke missionarissen 1800-1940 en protestantse zendelingen 1800-2011.

maandag 19 december 2011

Themanummer van De Nederlandsche Leeuw over bastaardij

Nummer vier van de 128e jaargang van De Nederlandsche Leeuw, het tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde (KNGGW), is geheel gewijd aan het thema bastaardij.  In Nederland is volgens de redactie nog geen systematisch onderzoek gedaan naar het fenomeen bastaardij. Zonder de pretentie te hebben een eerste aanzet te geven tot zulk onderzoek hoopt de redactie van De Leeuw het thema op deze manier wel te agenderen.
In genealogisch verband kan men bij bastaardij o.a. denken aan verboden vruchten van koninklijke, adellijke en geestelijke heren en aan buitenechtelijke kinderen van Europeanen in De Oost en De West. Voorbeelden daarvan worden dan ook behandeld in een aantal artikelen:
  • Zonen zonder vader. Bastaarden van Brederode in de veertiende eeuw, door Ronald van der Spiegel
  • W.A. Wijburgs 'Notitiae bastardi' uit de genealogische aantekeningen van Cornelis Booth, door Marten Jan Bok
  • Bastaarden Van Ruijtenberch te Utrecht, door Denis Verhoef
  • Bastaardij op z'n Indisch, door Roel de Neve
  • Koninklijke bastaarden in Nederland in de negentiende eeuw. Feit of toch fictie?, door Roel de Neve

De Nederlandsche Leeuw wordt vier keer per jaar toegezonden aan leden van het KNGGW. Een lidmaatschap kost € 55,- per jaar. Losse nummers zijn verkrijgbaar voor € 15,-, excl. verzendkosten. Zie website KNGGW.

donderdag 1 december 2011

Yvette's Digitaal - 2: Landverhuizers

Yvette Hoitink heeft in het CBG kwartaalblad Genealogie een column getiteld Digitaal. Die titel doet al vermoeden dat de column gaat over computers, internet en genealogie. Daarin wordt natuurlijk regelmatig verwezen naar allerlei websites. Alleen kent een papieren tijdschrift geen hyperlinks. Een goede reden om Digitaal ook digitaal op internet te publiceren. Dat doen we hier op Methodiek dossier@CBG, mèt links. Dan kunnen de lezers ook meteen doorklikken.

Landverhuizers

In de negentiende eeuw zijn duizenden mensen uit Winterswijk en omgeving geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Landverhuizers, zo werden ze genoemd. Sommigen vertrokken vanwege hun geloof, de meesten in de hoop op een beter bestaan. Onder hen bevonden zich ook de nodige broers en zussen van voorouders van me. Nieuwsgierig naar wat er van hen geworden was, legde ik via internet contact met hun nakomelingen. Wat begon als een simpele vraag (‘What happened to Gerrit Jan Droppers?’) mondde al snel uit in veel langdurige contacten, en in een van de hechtste vriendschappen van mijn leven.
De eerste die reageerde was Mary Risseeuw uit Wisconsin. Zoals haar naam al doet vermoeden, is zij een Amerikaanse met Nederlandse wortels. ‘100% Dutch’, zegt zij zelf trots: haar hele kwartierstaat is Nederlands. In het plaatsje waar zij is opgegroeid, Oostburg Wisconsin, is zij geen uitzondering. De meeste inwoners hebben Achterhoekse of Zeeuwse achternamen en in veel voortuintjes prijkt trots een windmolen. Mary doet onderzoek naar Nederlandse families in Wisconsin en werkt voor een historisch centrum. Samen hebben we al honderden mensen kunnen helpen met het vinden van familieleden aan de andere kant van de oceaan.
Voor ons onderzoek naar emigranten en hun families gebruiken we veel internetbronnen. In het Nationaal Archief bevinden zich de Staten van Landverhuizers, lijsten met emigranten die vanaf 1848 werden opgesteld door de provincies. Op de website gahetNA staat een index op deze bron. In de Verenigde Staten werden de landverhuizers die via New York binnenkwamen, opgevangen in Castle Garden en vanaf 1892 op Ellis Island. Die passagierslijsten zijn ook online te vinden. De derde belangrijke bron die we gebruiken, zijn de census records, de Amerikaanse volkstellingen die elke tien jaar worden gehouden. Op Familysearch zijn deze gedeeltelijk gratis in te zien, maar ik gebruik vooral Ancestry, waar alle openbare census records beschikbaar zijn als je een (betaald) abonnement hebt.
Daarnaast bouwen we verder op het werk van andere genealogen. Een prachtig voorbeeld van online samenwerking vind ik de website Find a Grave, waar bijna een miljoen vrijwilligers foto’s van grafstenen publiceren en beschrijven. In de Verenigde Staten worden graven zelden geruimd, waardoor de meeste grafstenen van emigranten nu nog bestaan.
Dankzij al deze bronnen weet ik inmiddels van zo’n drieduizend van de ruim vijfduizend emigranten uit Winterswijk en omstreken waar ze terecht zijn gekomen en wat er van hen geworden is. Door zo’n hele groep te onderzoeken, ontdek je patronen die je anders ontgaan. Ik geef hier lezingen over, zowel in
Nederland als in de Verenigde Staten. Met behulp van een webcam en Skype hoef ik daar niet eens voor te reizen. En Mary?  Zij komt inmiddels ook in de Nederlandse burgerlijke stand voor: zij was vorig jaar getuige bij mijn huwelijk.

Yvette Hoitink,
genealoog en ict-adviseur

dinsdag 29 november 2011

Over de noodzaak van bronvermelding. Enkele voorbeelden uit de praktijk

Door Olga Remmerswaal-Schreuder

Zeker sinds de opkomst van internet is er veel te doen over het onderwerp bronvermeldingen. Genealogische gegevens, door privépersonen verzameld en op internet geplaatst, worden door anderen zonder bronvermelding in hun werk overgenomen. Daar is op zich niets mis mee: men plaatst doorgaans de informatie op een website opdat andere geïnteresseerden er hun voordeel mee doen.  Het is wel onverstandig, want wanneer de onderzoeker later de gegevens nog eens kritisch wil beschouwen is het handig om te kunnen achterhalen hoe men aan de gegevens gekomen is.

Anders wordt het als iemand de overgenomen gegevens (in boekvorm of digitaal) publiceert zonder verwijzing naar vindplaats of originele onderzoeker. Ik ken een voorval waarbij een genealoog in goed vertrouwen zijn gedcombestand aan een privépersoon ter inzage gaf. Enige tijd later kwam hij zijn levenswerk in boekvorm te koop aangeboden weer tegen. Zonder enige bronvermelding. Dit is een duidelijk voorbeeld van plagiaat waarover de publicist aangesproken werd.

Het is prettig en behulpzaam dat tegenwoordig veel informatie beschikbaar is. De bronnen worden er dikwijls bij vermeld. Zij kunnen worden overgenomen en zo nodig geverifieerd. Dat dit verifiëren niet altijd gebeurt, wordt met een laatste voorbeeld toegelicht.


Op de website van de Koninklijke Bibliotheek wordt een getijdenboek uit het midden van de 15de eeuw getoond (signatuur KB 133 E 17). Een prachtig boekwerk waarvan een groot aantal pagina's online ter inzage is via de KB-website Medieval Illuminated Manuscripts.
KB 133 E 17 fol. 1v
Op het eerste blad (1v), dat vermoedelijk rond 1500 aan het dan al een halve eeuw oude getijdenboek werd toegevoegd, staat een wapenschild dat is toegeschreven aan de familie Van Meetkercke. Ik twijfelde aan de juistheid hiervan, omdat Adolf van Meetkercke (geb. 1528) het wapenschild pas halverwege de 16de eeuw zou gaan voeren. Het wapen lijkt als twee druppels water op dat van de familie Van Reymerswale. De conservator middeleeuwse handschriften van de KB, Ed van der Vlist, besteedde direct aandacht aan mijn vraag en nog dezelfde dag kreeg ik bericht dat mijn veronderstelling wel eens juist kan zijn.
KB 133 E 17 fol. 1r
Op de achterzijde van het toegevoegde blad met het wapen staat de naam Maria Lodick van Reymerswale vermeld, met de toevoeging dat het getijdenboek haar toebehoort en dat zij op 3 mei 1623 is gestorven. Van der Vlist meldt verder dat het wapen nog omstreeks 1580 als dat van Remmerswael werd vermeld, namelijk in het album amicorum van Walraven van Haeften (ca. 1555-1608) (signatuur KB 133 M 95, fol. 13v). Het is dus zeer onwaarschijnlijk dat het wapen in het getijdenboek van de familie Van Meetkercke is.

Hoe deze fout in de bronvermelding kwam is niet meer te achterhalen. De naam Van Meetkercke en het verband met het getijdenboek komt al in een verslag over de aanwinsten van de KB in 1897 voor en is daarna waarschijnlijk steeds overgenomen. Het voorbeeld is wel illustratief voor de fouten die kunnen ontstaan bij bronvermeldingen en overnemen van gegevens.
Met bovenstaande tekst probeer ik de discussie rond bronvermeldingen actueel te houden. Er wordt in het informatietijdperk overal en door iedereen, van enthousiaste genealogen tot wetenschappelijk opgeleiden, vrijelijk geknipt en geplakt en uiteindelijk ziet niemand meer waar iets oorspronkelijk vandaan komt. Bovendien wekt het de indruk dat alle eer de laatste auteur toekomt.

Conclusie:
  • Onderzoekers, amateurs zowel als professionals, moeten niet alleen een bron vermelden, maar deze ook daadwerkelijk verifiëren. Secundaire bronnen die weer naar originele bronnen verwijzen kunnen onbetrouwbaar zijn.
  • Niet alleen de originele bron moet worden genoemd, ook degene die de bron verwerkte, transcribeerde of zodanig bestudeerde dat het tot bepaalde conclusies leidde.
Op deze manier wordt er op een correcte wijze naar bronnen verwezen en wordt iedere betrokkene recht gedaan.

Dit artikel is door de auteur toegezonden aan de redactie van Methodiek dossier@CBG.

dinsdag 1 november 2011

Zoeken naar buitenlandse genealogische gegevens via FamilySearch

FamilySearch is al een tijd bezig om de enorme berg indexgegevens en scans opnieuw te organiseren en te presenteren via de nieuwe website. De met hulp van vele vrijwilligers verzamelde indexen op en scans van  DTB- en BS-gegevens van over de hele wereld vormen een belangrijke bron voor mensen die op zoek zijn naar genealogische basisgegevens in de verschillende buitenlanden.

Startpagina is daarvoor deze beginpagina van familySearch, waar je kunt doorklikken naar verschillende werelddelen en vervolgens weer naar verschillende landen. Binnen de verschillende landen bestaan vaak weer subcollecties. Onlangs werd een grote hoeveelheid gegevens betreffende Duitsland toegevoegd. Dit is voor Nederland van groot belang omdat de héél veel Nederlanders ook deels Duitse voorouders hebben. De indexgegevens van Duitsland zijn verdeeld over drie grote hoofdcollecties met indexgegevens en een groter aantal kleinere deelcollecties met voornamelijk afbeeldingen.

De Duitse hoofdcollecties zijn:
FamilySearch presenteert op deze manier ook gegevens uit veel andere buitenlanden, waaronder de meeste Europese landen. Maar de hoeveelheid Duitse gegevens spant de kroon.

Hoewel zulke collecties een mooi hulpmiddel zijn, zitten er ook nogal wat haken en ogen aan. De indexering is naar Genlias-maatstaven nogal slordig gebeurd. Dat houdt in dat er veel transcriptiefouten zijn gemaakt. Zaken zijn dan verkeerd of onvolledig overgenomen. Het is dus zaak de indexgegevens te controleren aan de hand van een afbeelding van de originele bron. 
Soms kan dit makkelijk doordat op de website van FamilySearch of elders ook de betreffende afbeeldingen online staan. Wanneer dit niet het geval is kan dit eventueel door terug te vallen op de microfilms van FamilySearch. Wanneer je bij de zoekresultaten aan de rechterzijde doorklikt op het pijltje omlaag zie je bij de detailinformatie o.a. het filmnummer. Hier kun je lezen hoe een film kan worden besteld. Dit kan ook via het CBG, waar de film dan kan worden ingezien in de studiezaal te Den Haag.

vrijdag 7 oktober 2011

Medische kennis, diagnostiek en behandelmethoden in het verleden

De reeks recente bijdragen over doodsbriefjes in Bronnen dossier@CBG leidt tot vragen over medische kennis en zorg in het verleden. In 19e en 20e eeuwse doodsbriefjes en soms ook in andere deels oudere bronnen worden doodsoorzaken genoemd.
Als je weet waaraan iemand gestorven is kan dat inzicht geven in wat deze persoon en de mensen in zijn of haar omgeving hebben moeten meemaken. Maar dan wil je graag meer weten van de toenmalige stand van de medisch kennis en diagnostiek, de in het verleden gebruikelijke behandelmethoden en de manier waarop mensen in het verleden tegen bepaalde ziekten aankeken.

In 2010 verscheen het boek Koorts en Honger. Geneeskunde op het platteland in de afgelopen eeuwen van Hans van den Broek. De auteur behandelt precies die vragen in zijn boek. Erg inspirerend zijn ook passages die handelen over aanbevolen wondermiddeltjes uit almanakken en oude familierecepten.

De uit Deurne afkomstige arts-radioloog Hans van den Broek heeft een bijzondere passie ontwikkeld voor geschiedenis en de geschiedenis van de geneeskunde. Het is op verzoek van toehoorders van zijn lezingen dat hij na 25 jaar zijn kennis in boekvorm heeft gegoten. Het boek is mooi verluchtigd met oude afbeeldingen en illustraties.

Hans van den Broek, Koorts en Honger. Geneeskunde op het platteland in de afgelopen eeuwen. Eigen uitgave auteur, 427 pag.'s, isbn 9789078605027. Te bestellen per email bij de auteur. Prijs incl. verzendkosten € 33,50.

Handige hulpmiddelen bij interpretatie van de soms in onbruik geraakte benamingen van ziekten zijn:

zaterdag 1 oktober 2011

Thema's uit biowetenschappen voor familiehistorici....

De stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij (BWM) heeft als doelstelling om zo veel mogelijk mensen bekend te maken met actuele en toekomstige ontwikkelingen in de biowetenschappen. Dit doet de BWM onder andere door het uitgeven van themaboekjes. Deze worden geschreven door vooraanstaande wetenschappers op de verschillende deelterreinen. Sommige thema's zijn ook interessant voor genealogen en historici, zoals erfelijkheid en demografie.

Het boekje over erflijkheid is getiteld Evolutie zit in je genen. Over Darwin en Genomics. Het behandelt zaken als erfelijkheid, Darwin, Mendel, genen, DNA, Haplo-groepen, familiebanden etc. Achter in het boekje een handige opsomming van belangrijke begrippen en hun betekenis. Dit boekje is interessant voor mensen die meer willen weten over de achtergronden van DNA-onderzoek dat steeds vaker ook wordt toegepast voor genealogische doeleinden. Het boekje telt 87 pagina's en kan gratis worden gedownload.

Het boekje over demografie heet Over bevolking. Demografische ontwikkelingen in Nederland en daarbuiten. Hierin komen zaken als bevolkingsgroei, migratie, kleiner wordende gezinnen en stijgende levensverwachting aan de orde. Ook dit 84 pagina's tellende boekje kan gratis worden gedownload.

Zie hier voor een overzicht van andere thematische publicaties van BWM.

maandag 26 september 2011

Boek: Bijzondere familienamen in Nederland en Vlaanderen

Deze maand verscheen bij Uitgeverij Gopher het boek Onwelvoeglijke, bespottelijke en bijzondere familienamen van Jan Spendel. Voor dit boek heeft de auteur jarenlang namen verzameld.

Zoals de titel al aangeeft gaat het boek niet over zomaar namen, maar heeft de auteur speciaal gezocht naar namen die aanleiding kunnen zijn voor vragen en vaak ook gegrinnik. Daarbij wordt een aantal speciale categorieën onderscheiden, waaronder namen van vondelingen (vaak genoemd naar de vindplaats), huisnamen (zoals Halvemaan en De Bie) en  humanistische (gelatiniseerde) namen zoals Grotius (De Groot), Sutorius (Schoenmaker) en Winsemius (van Winsum). Ook het vermelden waard zijn de bijzondere familienamen afkomstig uit Suriname en Nederlands-Indië. Een bekend fenomeen daarbij is de omkering van de familienaam van de eigenaar van een vrijgekomen slaaf of buitenechtelijk kind. Bijv.: Nolem voor Molen, Lens voor Snel, Kalop voor Polak en Reyaard voor Draayer.
De auteur staat ook stil bij toevallig lachwekkende combinaties van namen. Zoals de voor- en achternaamcombinatie Constant Vercouwe en  Dina Miet, de achternaamcombinatie van het echtpaar Rook-Worst of de bijzondere beroepskeuze van dominee Pastoor.

Het boek besluit met een meer dan 150 pagina's tellend lexicon waarin voor een groot aantal bijzondere namen een mogelijke verklaring wordt geboden. Denk daarbij aan namen als Aldewereld, Dorrepaal, Geylvoet, Hondius, Naaktgeboren, Platvoet, Zondervan etc.

Jan Spendel, Onwelvoeglijke, bespottelijke en bijzondere familienamen. Uitgeverij Gopher, 216 pag.'s, € 16,50, ISBN 9789051797695

Zie ook de bijdrage aan Migranten dossier@CBG over het boek over buitenlandse familienamen van dezelfde auteur.

woensdag 7 september 2011

Yvette's Digitaal - 1: Virtueel bronnenarchief

Yvette Hoitink heeft in het CBG kwartaalblad Genealogie een nieuwe column getiteld Digitaal. Die titel doet al vermoeden dat de column gaat over computers, internet en genealogie. Daarin wordt natuurlijk regelmatig verwezen naar allerlei websites. Alleen kent een papieren tijdschrift geen hyperlinks. Een goede reden om Digitaal ook digitaal op internet te publiceren. Dat doen we hier op Methodiek dossier@CBG, mèt links. Dan kunnen de lezers ook meteen doorklikken.

Virtueel bronnenarchief 

 ‘Als je maar ver genoeg terug gaat, is iedereen familie van elkaar’, hoor je wel eens zeggen als je vertelt dat je aan genealogie doet. Bij mijn familie van vaderskant is dat zeker van toepassing. Twintig jaar geleden begon ik met het uitzoeken van mijn kwartierstaat. Al snel ontdekte ik dat mijn opa en oma, beiden afkomstig uit Winterswijk, meerdere voorouders delen. Stukje bij beetje groeide mijn kwartierstaat uit tot een bevolkingsreconstructie van die hele regio. Als ik een kopie maakte van een akte, ontdekte ik thuis steevast dat de volgende akte die onderaan de pagina begon, ook over een familielid ging. Daarom ben ik overgegaan van het kopiëren van losse pagina’s naar het fotograferen van complete bronnen. Met mijn digitale spiegelreflexcamera, een statief en een laptop gaat het fotograferen snel en goedkoop. Eén druk op de spatiebalk en de foto verschijnt op het scherm en wordt opgeslagen op de harde schijf. Een typisch archiefbezoek bestaat voor mij dus voor een groot deel uit blader-mep-blader-mep. Mijn record staat op vijfduizend foto’s op één dag…
Inmiddels bevat mijn ‘virtuele archief’ tienduizenden foto’s van archiefstukken, waaronder zo’n honderd jaar van het oud-rechterlijk archief Bredevoort waar Winterswijk onder valt. Ik deel deze via de Amerikaanse fotowebsite Flickr.com, waar ik voor 25 dollar per jaar een onbeperkt aantal foto’s mag plaatsen. Ik ben niet de enige genealoog die Flickr hiervoor gebruikt: anderen plaatsen er bijvoorbeeld foto’s van de dtb-registers van de Achterhoek (Genealogiedomein) en de schepenbank Oisterwijk (Duul58). Een andere manier om foto’s van archiefstukken online te delen is via Van Papier naar Digitaal. Bij dit vrijwilligersproject maken genealogen foto’s van archiefstukken die gratis op de website Van Papier Naar Digitaal worden geplaatst. Andere onderzoekers kunnen ze gratis downloaden of meewerken aan transcripties.
Gelukkig zijn steeds meer archieven ook enthousiast als bezoekers stukken fotograferen en op internet zetten. De collectie wordt vaker geraadpleegd, zonder dat de originelen er onder lijden. Bij calamiteiten kan het ook een uitkomst zijn. Het Keulse stadsarchief, waarvan het gebouw in 2009 instortte, heeft een website ingericht waar je foto’s van archiefstukken kunt uploaden. Zo kan het archief een deel van de verloren gegane stukken reconstrueren. De Keulse digitale leeszaal bevat intussen ruim tweehonderdduizend afbeeldingen.
Voor mijzelf is het grootste voordeel dat ik alle bronnen thuis beschikbaar heb en onderzoek kan doen op een moment dat mij uitkomt; gewoon lekker met de laptop en een kopje thee op de bank!

Yvette Hoitink,
genealoog en ict-adviseur

NB: Voor de geïnteresseerden: de camera die Yvette gebruikt voor het maken van foto's van archiefstukken is een Canon 350D. Dat model is al een paar jaar oud. Nieuwere versies zoals de 600D maken foto's met een hogere resolutie, waardoor de archiefstukken nog beter leesbaar zijn op het scherm. 

Soortgelijke camera's in verschillende prijsklassen worden geleverd door alle bekende merken. Zie deze website voor een overzicht.

dinsdag 6 september 2011

De woordenboeken van het INL

Ook een genealoog kan niet zonder woordenboeken. Via de nieuwe website van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie is een keur aan woordenboeken digitaal te raadplegen. Het INL afficheert zichzelf met recht als de Schatkamer van de Nederlandse Taal

Om te beginnen natuurlijk het Algemeen Nederlands Woordenboek. Dit is een digitaal woordenboek dat het eigentijdse Nederlands in Nederland en Vlaanderen zo uitgebreid mogelijk beschrijft. Het bestrijkt de periode 1970-2019 (!). De huidige versie is dan ook een beta-versie. Een handig hulpmiddel is daarnaast de Spelspiek, waarmee je snel kunt nagaan of je een woord op de juiste manier hebt geschreven, en natuurlijk ook de digitale variant van het beroemde Groene Boekje, de officiële woordenlijst Nederlandse taal.

Speciaal voor historici, en dus ook genealogen, zijn de historische woordenboeken natuurlijk interessant:
Verder heeft het INL ook bemoeienis met het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands. Zie ook de Etymologiebank.nl.

maandag 29 augustus 2011

Gidsen voor onderzoek op internet

Ewoud Sanders
Door het enorme aanbod van digitale bronnen voor o.a. historisch onderzoek zien veel onderzoekers soms door de bomen het bos niet meer. Ook maken digitale bronnen nieuwe manieren van onderzoek mogelijk en vragen om een andere manier van aanpak. Om mensen hierbij een beetje wegwijs te maken verschijnt binnenkort het gidsje Eerste Hulp Bij e-Onderzoek (EHBeO) van de hand van Ewoud Sanders. Dit boekje wordt bij de opening van het academisch jaar gratis verspreid onder alle eerstejaarsstudenten in de geesteswetenschappen in Leiden en Amsterdam.

EHBeO is een gezamenlijke uitgave van de universiteitsbibliotheken van Leiden en Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek. EHBeO is vanaf 3 september a.s. gratis te downloaden.


In dit genre is ook de Internetgids voor het zoeken naar archieven en personen van Eric Hennekam een handige publicatie. Deze is meer specifiek gericht op het zoeken naar personen. De Internetgids wordt regelmatig aangevuld en kan eveneens gratis worden gedownload op de website Archieven.org (optie 4).

Docenten over de hele wereld komen er achter dat studenten makkelijk verdwalen op internet. Ze hebben de naam te kunnen lezen en schrijven met alles wat digitaal is, maar er kritisch over nadenken en planmatig zoeken is er vaak niet bij. Op de website Dub van de Universiteit Utrecht staat een aantal gouden tips in een artikel getiteld Het staat op Google en dan is het waar. We nemen er een paar over:
  • Varieer trefwoorden; Te vaak zoeken studenten aan de hand van één trefwoord. Gevolg: je krijgt zoveel items dat je door de bomen het bos niet meer vindt. Gebruik meerdere trefwoorden in verschillende databases en probeer zo te ontdekken waar de informatie staat die jij nodig hebt
  • Verfijn de database; Te veel studenten beperken zich tot Google algemeen. Terwijl er zoveel meer mogelijk is. Via Google Scholar kun je bijvoorbeeld ook geavanceerd zoeken naar alleen pdf’s of binnen een bepaalde website.
  • Meer dan Google; Er zijn zoveel meer databases waar je veel beter kunt zoeken dan Google voor wetenschappelijke informatie. Zoals de zoekmachine Omega die door universiteiten is gemaakt, maar ook de vakgerichte databases die te vinden zijn op de site van de UB van de Universiteit Utrecht

maandag 18 juli 2011

Workshop archiefonderzoek en personen zoeken voor schrijvers


Archiefexpert Eric Hennekam geeft op 10 september 2011 een workshop speciaal voor literaire non-fictie schrijvers. Het programma is toegespitst op mensen die een literair non-fictieboek (willen) schrijven en op journalisten die aan literaire non-fictieartikelen werken. Deze workshopdag leer je hoe je zoveel mogelijk over je hoofdpersonen te weten komt. Je ontdekt hoe je archieven kunt gebruiken voor het checken van feiten en voor het vinden van details waarmee scènes tot leven komen.
De dag zelf zoeken we meteen in de archieven. Van tevoren kan iedereen een zoekvraag bij Eric Hennekam neerleggen; de dag van de workshop zal hij op die individuele vraag ingaan.

Wat je leert:
  • De stappen die je moet zetten bij archiefonderzoek. Hoe zijn archieven in Nederland toegankelijk, wat zijn de beste digitale toegangen en wat is er allemaal te vinden?
  • De finesses van literatuuronderzoek: zoeken naar online boeken, tijdschriften en kranten.
    Zoeken naar gegevens over personen. Met archiefonderzoek kun je iemands levenslijn reconstrueren: je vindt informatie over geboorte, scholen, clubs, huwelijken, werkrelaties en nog veel meer.
  • Zoeken naar historische beelden zoals films en foto’s. Deze helpen je om een locatie te beschrijven wanneer (een deel van) het boek of artikel zich in het verleden afspeelt.
  • Zoeken op het Invisible Web. De meeste online gegevens vind je in de diepte van het onzichtbare web.
  • Welke handige digitale hulpmiddelen je kunt gebruiken bij het doen van research.
Eric Hennekam
Door wie?
Eric Hennekam is archiefonderzoeker en personen-zoekexpert. Hij is gastdocent bij verschillende universiteiten en hogescholen. Hij geeft ondersteuning en advies aan journalisten, redacties en schrijvers bij hun speurtocht in papieren, digitale en audiovisuele archieven.
De workshop wordt georganiseerd door freelance journalist Mensje Melchior. Zij werkt op dit moment zelf aan een literair non-fictieboek en zal daarbij veel archiefonderzoek doen.

Kosten: 85 euro per persoon, inclusief lunch, koffie en thee. De cursisten moeten zelf een laptop meenemen.
Datum: zaterdag 10 september van 10.00 – 16.00 uur.
Locatie: Bureau Wibaut, Wibautstraat 150, 1091 GR Amsterdam. Kamer 1.34
Aanmelden: bij Mensje Melchior: mensjem[at]hotmail.com

vrijdag 15 juli 2011

Geschiedenis van de bevolkingsomvang - I

Met regelmaat bereikt ons de vraag hoeveel mensen er in het verleden in een bepaalde plaats of land woonden. Mensen proberen zich een beeld te vormen van de omvang van een stad in de 16e eeuw, of proberen in te schatten hoe groot de kans is dat twee mensen die tegelijk ergens leefden elkaar ook daadwerkelijk gekend moeten hebben danwel familie van elkaar waren.
In boeken worden vaak getallen genoemd, maar meestal net niet over de plaats of de periode die je zelf relevant vindt. Daarom hier enkele links naar websites die uitkomst kunnen bieden bij vragen op dit gebied.

De website Population Statistics geeft van bijna alle landen, waaronder Nederland, inwoneraantallen vanaf 1700. Ook biedt de website inwoneraantallen per provincie en per gemeente in Nederland. Bij de gemeenten wordt ook vermeld in welk jaar de gemeente voor het eerst is genoemd in een document, het jaar dat eventuele stadsrechten werden verkregen en het aantal meter dat een plaats boven zeeniveau ligt. Voor sommige steden worden ook cijfers van vóór 1700 genoemd.

Een handig beknopt overzicht van de ontwikkeling en de omvang van de bevolking van een aantal Nederlandse steden in de periode 1500-1650 vind je hier.

Interessant is verder een bijdrage in de Engelstalige Wikipedia over Middeleeuwse demografie van Europa.  Zie in dat verband ook dit artikel van Paolo Malanima, waarin schattingen van aantal inwoners in de Middeleeuwen per land of streek worden gegeven:

Bron: Paolo Malanima, Energy and population in Europe. The Medieval Growth (10th-14th Centuries), pag. 5-6

Zie ook de bijdrage Geschiedenis van de bevolkingsomvang - II, over de laatste twee eeuwen.

vrijdag 1 juli 2011

Het familiegeheugen is per definitie feilbaar...

Sinds begin van de 21e eeuw kunnen promovendi die onderzoek doen naar aan Duitsland gerelateerde thema's voor aanvullende begeleiding terecht bij het zogenaamde Graduiertenkolleg van het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA). Met enige regelmaat organiseert het Graduiertenkolleg ook thema-bijeenkomsten. Onlangs ging het tijdens een workshop over het 'familiegeheugen' tijdens een themabijeenkomst getiteld Biografie in historische context. Aan de workshop gaven vooraanstaande onderzoekers van diverse universiteiten en instituten hun medewerking. Op de website Duitslandweb, die is gerelateerd aan het DIA, staan de belangrijkste bevindingen van die workshop.

Er wordt verwezen naar de Amerikaanse historicus John Gillis die twee soorten familie onderscheidt: de familie “we live with” en de familie “we live by”. De familie met “we live with” is niet compleet en beïnvloedbaar door ziekte, ruzie, scheiding, dood. De familie “we live by” is de familie zoals we hem (wensen te) zien, ontstaan door verhalen, rituelen, foto’s etc. Deze familie bepaalt mede ons zelfbeeld en biedt families continuïteit: het 'familiegeheugen'.

Er wordt geconcludeerd dat iedereen zijn familiegeschiedenis manipuleert. Of moeten we zeggen dat het familiegeheugen per definitie feilbaar is? Dat kan ingegeven zijn door verschillende drijfveren. Bijvoorbeeld omdat men de harmonie niet wil verstoren, omdat de werkelijkheid te onaangenaam is om onder ogen te zien of omdat men bewust of onbewust nooit kritisch naar verhalen heeft gekeken of willen kijken uit angst om iets te ontdekken wat niet past in het plaatje.

In het verslag op Duitslandweb staan mooie voorbeelden en literatuursuggesties.

vrijdag 24 juni 2011

Over voornamen en sociale klasse

Al langer kan men via de Nederlandse Familienamenbank van het Meertens Instituut opzoeken hoe vaak een achternaam in Nederland voorkomt en hoe de verdeling over het land is. Veel genealogen maken daarvan gebruik op zoek naar de mogelijke herkomst van de familie of om vast te stellen in welke streek het best gezocht kan worden naar verre verwanten.

Sinds begin juni van dit jaar kan dit ook voor voornamen: de Nederlandse Voornamenbank. Van veel voornamen wordt hier de jaarlijkse populariteit sinds 1880 en een verspreidingskaart gegeven. Bij circa 20.000 voornamen is een naamsverklaring te vinden. De grote man achter de ontwikkeling van de Nederlandse Voornamenbank is Gerrit Bloothooft. Hij is taalwetenschapper aan de Universiteit van Utrecht en tevens verbonden aan het Meertens Instituut.

Gerrit Bloothooft  is gefascineerd door de relatie tussen voornamen en sociale klasse. Voornamen vertellen iets over de naamgever. Tot de jaren vijftig hadden ouders weinig keuze. Een kind diende vernoemd te worden, naar grootouders, ooms en tantes of een suikeroom. Daarna zijn vernoemingstradities grotendeels overboord gegooid en hadden ouders de vrije keuze. Sindsdien zeggen de gekozen namen iets over de ouders. Ieder milieu heeft zijn eigen voorkeuren. Bekend zijn de spreekwoordelijke hockey-namen.

Bloothooft onderzocht de naamgeving bij bijna 300 duizend gezinnen. Daaruit bleek dat een voornaam niet alleen veel zegt over de sociaal-economische achtergrond van onze ouders, maar ook of ze traditioneel of juist modern zijn, aldus de Volkskrant van 24 juni 2011.
Voor familiehistorici een leuke insteek om de gegevens nog eens opnieuw tegen het licht te houden.

Gerrit Bloothooft schreef over dit onderwerp in 2004 het boek Over voornamen. Daarin beantwoordt hij o.a. de vragen waar halen ouders hun inspiratie vandaan? en wat vertellen de namen over afkomst? Het boek is niet meer verkrijgbaar, maar eventueel nog wel tweedehands te vinden. Zie dit inkijkexeplaar bij Bol.com.

Zie ook een uitgebreid artikel op de website van Radio Nederland Wereldomroep en de website Voornamelijk.nl

woensdag 22 juni 2011

Archiefbezoek en archiefterminologie

Sommige genealogen zijn regelmatige archiefbezoekers. Anderen zouden het misschien wat vaker moeten of willen doen. Als handig startpunt voor archiefbezoek kan tegenwoordig ArchiefWiki dienen. Op ArchiefWiki vind je o.a. een overzichtskaart met alle archieven van Nederland. De kaart is doorklikbaar, waarna je per archief belangrijke startinformatie vindt zoals bezoekadres, webadres, contactgegevens en openingstijden. Een ander belangrijk onderdeel van ArchiefWiki bestaat uit het hoofdstuk terminologie. Daarin wordt de betekenis uitgelegd van typische archiefwoorden waar je als bezoeker vroeg of laat mee geconfronteerd wordt, zoals arrest, borderel, concordans en Dublin Core. Handig als naslagwerk, het voorkomt nodeloze dwaaltochten.

Veel archieven bieden via hun website de mogelijkheid om van thuis uit een archiefbezoek voor te bereiden door middel van digitale inventarissen, zoekmachines, databases en beeldbanken. Daarnaast nemen veel archieven deel in het samenwerkingsproject Archieven.nl. Op deze website kun je méér dan 40 miljoen beschrijvingen van archiefstukken van 72 instellingen centraal doorzoeken (situatie juni 2011).

Alternatieve routes naar speciale bronnen zijn o.a. Archiefforum, Archiefzoeker.nl en de Digitale dossiers van het CBG (met verschillende specialismen).

vrijdag 17 juni 2011

Laten wijzigen van je voornaam

Sinds 17 mei 2011 (loi n° 2011-525 du 17 mai 2011) is het in Frankrijk bij wet mogelijk om door tussenkomst van een rechter je voornaam te laten veranderen door de volgorde van je (meerdere) voornamen te herzien. Tot die tijd was dat niet mogelijk en kon je alleen, wanneer je er meerdere had, een voornaam laten vervallen.Voor genealogen betekent dit een nieuwe realiteit om rekening mee te houden. Jean François Leblanc is nu misschien toch dezelfde als François Jean Leblanc. Zie de website van Baptiste Coulmont

Logische vraag die zich vervolgens opdringt: hoe zit dit in Nederland?
In Nederland kun je al langer je voornaam laten wijzigen. Je kunt zelfs een héél nieuwe naam laten registreren. Een verzoek daartoe moet via een advocaat worden ingediend bij de rechtbank. De wet voorziet in een drietal redenen die daartoe kunnen worden aangevoerd:
  • de voornaam is bij de aangifte onjuist opgegeven
  • uw voornaam is niet meer passend, omdat u een geslachtswijziging heeft ondergaan
  • u vindt uw naam lelijk
Zie website Judex.nl voor meer informatie over de Nederlandse praktijk.
Daar kun je ook alles lezen over voorwaarden en procedure om te komen tot wijziging van je achternaam.

Een andere naamkwestie die het verdient om in dit verband genoemd te worden is die van het gebruik van de achternaam van je partner of je ex-partner. In de praktijk komt het er op neer dat je naar keuze je eigen naam kunt voeren, de naam van je (ex-)partner of beide in combinatie (in willekeurige volgorde).
Jansen gehuwd met De Buin kan zich bedienen van de volgende achternamen:
  • Jansen
  • De Bruin
  • Jansen - De Bruin
  • De Bruin - Jansen
Zie ook daarvoor de website Judex.nl

woensdag 25 mei 2011

Procesgidsen loodsen je door juridische archieven

Wie familie-historisch onderzoek doet mag hopen dat de voorouders wat bezit hadden, want bezit laat sporen (archiefstukken) na aan de hand waarvan men zich een beeld kan vormen hoe iemand geleefd heeft. Hetzelfde geldt voor rechtsgang: wanneer een voorouder privaatrechtelijk heeft geprocedeerd, iets op zijn kerfstok had of anderszins betrokken raakte bij justitie zijn er mogelijk documenten terug te vinden in één van de vele juridische archieven. Alleen was met name ten tijde van de Republiek de rechtspraak in verschillende delen van het land verschillend geregeld. Voor de historische en genealogische onderzoeker is het veelal een soort doolhof. Elke streek kende andere instituties en andere procedures.

De Stichting tot uitgaaf der bronnen van het Oud-Vaderlands Recht (Stichting OVR) heeft het initiatief genomen tot het uitbrengen van een serie Procesgidsen over de procesgang in civiele zaken bij de verschillende rechtbanken in de Republiek der Verenigde Nederlanden. De serie boeken wordt begeleid door een redactiecommissie die is  ingesteld door het bestuur van de Stichting OVR. De procesgidsen worden uitgebracht door Uitgeverij Verloren. Onlangs verscheen het negende deel in de reeks.

Tot nu toe zijn de volgende delen verschenen in de reeks Procesgidsen:
  • Deel 1 - Staatse Raad van Brabant, Hilversum 2000, 57 blz., isbn 90-6550-627-6, uitverkocht
  • Deel 2 - Hof van Friesland, Hilversum 2004, 96 blz., 90-6550-779-5, €10,–
  • Deel 3 - De Etstoel van Drente, Hilversum 2004, 64 blz., isbn 90-650-750-7, € 10,-
  • Deel 4 - Hoofdmannenkamer, sinds 1749. Hoge Justitiekamer van Stad en Lande van Groningen, Hilversum 2004, 64 blz., ISBN 90-6550-826-0, € 10,-
  • Deel 5 - Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland (1582-1795), Hilversum 2006, 94 blz.,isbn 90-6550-918-6, € 10,-
  • Deel 6 - Staatse Raad van Vlaanderen te Middelburg (1599-1795), Hilversum 2007, 96 blz., ISBN 978-90-6550-968-0,  €10
  • Deel 7 - Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland, Hilversum 2008, 160 blz., isbn 978-90-8704-056-7, € 16,-
  • Deel 8 - Het Klaring van Overijssel te Zwolle, Hilversum 2010, 80 blz., isbn 978-90-8704-1564, € 10,-
  • Deel 9 - De Soevereine Raad te Roermond,  het Justiz Collegium te Geldern en het Staatse Hof van Gelre te Venlo, Hilversum 2011, 112 blz., isbn 978-90-8704-157, € 12,-
Nog te verschijnen de gidsen gaan over:
  • Het Hof van Gelre te Arnhem
  • Het Hof van Utrecht te Utrecht

Yvette Hoitink (projectmanager bij het Nationaal Archief) wijst er in een reactie op dat van deze Procesgidsen aardig complete previews te vinden bij Google Books. Zie bijv. Klaring van Overijssel.

donderdag 19 mei 2011

Serie handleidingen voor gebruikers GensDataPro

Recent verscheen een derde deel uit de serie handleidingen voor het gebruik van het computerprogramma GensDataPro. Dit derde deel gaat over invoer van gegevens. De eerste twee delen behandelden de uitvoer van gegevens (deel 1 over tekstuitvoer, deel 2 over grafische uitvoer en website). 

De in het derde deel behandelde gegevensinvoer betreft in het bijzonder de invoer van basisgegevens en afbeeldingen.
Na een inleidend hoofdstuk over de installatie van het programma, wordt uitgebreid ingegaan op de invoer van persoonsgegevens. Hoewel het boek niet is bedoeld als een handleiding voor genealogie, wordt er – mede door de talrijke voorbeelden – veel uitgelegd over het opzetten van een stamboom en de keuzes die het programma daarbij biedt. Het maken van een back-up van de bestanden wordt daarbij niet vergeten. Deze serie boeken is zeer rijk geïllustreerd: vrijwel iedere optie in de software wordt uitgelegd aan de hand van een afbeelding. Dit deel gaat uitgebreid in op het toevoegen van foto's aan de ingevoerde gegevens. Het laatste hoofdstuk gaat over zoeken en sorteren. Een index sluit het boek af. 

Met het nog te verschijnen vierde deel, over de invoer van bronnen, zal de serie compleet zijn. Deze boekenreeks is onmisbaar voor iedere GensDataPro-gebruiker die de software tot in de details wil leren kennen.

J. Hofland-Poot, Invoergids GensDataPro. basisgegevens en foto's. (Ede: Geneaducatie 2011 i.s.m. Uitgeverij Tienstuks). 144 blz. ill., index. ISBN 978-90-8860-048-7. www.gensdatapro.nl. Prijs € 29,95 (excl. verzendkosten). Zie ook: www.geneaducatie.nl.

maandag 16 mei 2011

Basiscursus Stamboomonderzoek

De Open Universiteit en het CBG presenteren samen een Basiscursus Stamboomonderzoek. Auteur van de cursus is Rob van Drie van het CBG. De Open Universiteit verzorgt redactie, vormgeving, publicatie, tentaminering en certificering.
De cursus staat gratis online op de website van de Open Universiteit. De benodigde studieduur is 40 tot 60 uur. Mensen die de cursus met succes hebben doorlopen kunnen een tentamen doen. Aan het tentamen en het te behalen certificaat zijn wel kosten verbonden. Het tentamen en de certificering kost € 125,-.

De Basiscursus Stamboomonderzoek helpt onderzoekers op weg die aan de slag willen met de geschiedenis van een familie. In veel gevallen zal dat hun eigen familie zijn. In tien leereenheden maakt men kennis met deze boeiende vorm van historisch onderzoek. De cursist krijgt achtergrondinformatie over bronnen, aanwijzingen waar te zoeken, maakt kennis met de bronnen zelf en leert een aantal methodische basisvaardigheden.

De cursus bestaat uit vijf blokken.
In blok 1 een kennismaking met een aantal begrippen, de methodiek van het onderzoek en de eerste stappen op het onderzoekpad.
De blokken 2 en 4 bespreken de basisbronnen voor stamboomonderzoek voor respectievelijk de 19e en 20e eeuw (blok 2) en de 17e en 18e eeuw (blok 4).
Blok 3 geeft een introductie over naamkunde, de geschiedenis en verklaring van voornamen en familienamen.
In blok 5 maakt u kennis met een aantal aanvullende bronnen: notariële en rechterlijke archieven en belastingregistratie.

Voor iedereen die serieus met familiegeschiedenis aan de gang wil gaan en goed beslagen ten ijs wil komen is deze cursus een goed begin.

dinsdag 26 april 2011

Weer en geschiedenis

Voor onze voorouders was het weer niet alleen net als voor ons een belangrijk gespreksonderwerp, het weer was daadwerkelijk van grote invloed op het dagelijkse leven. Een koudegolf leidt nu tot hoge energierekeningen, maar kon vroeger levensbedreigend zijn. Extreem weer kon leiden tot haperende aanvoer of mislukte oogsten, voedselschaarste, duurte en honger. Er bestaan ook nog relaties tussen epidemische ziekten en bepaalde weersomstandigheden.
Voor de familiehistoricus een goed reden om af en toe eens in het weer van vroeger te duiken. Was er een relatie tussen de verkoop van een boerderij of akker en misoogsten? Waarom stierven in korte tijd meerdere leden van een gezin? Maar ook zonder een onmiddellijke aanleiding is het verhelderend om je een voorstelling te kunnen maken hoe mensen in het verleden hete zomers of koude winters moeten hebben ervaren.

De antwoorden op zulke weervragen waren voorheen niet snel te geven. Sinds 1995 beschikken we in Nederland echter over een groeiende serie boeken die hierbij behulpzaam kan zijn. Historisch geograaf Jan Buisman is bezig met een heuse krachttoer door in acht kloeke delen van elk tussen de 650 en 1000 pagina's de geschiedenis van Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen te schrijven. Inmiddels zijn al vijf delen verschenen bij Uitgeverij Van Wijnen.
  • Deel 1: tot 1300 + een uitvoerige inleiding, 656 blz.
  • Deel 2: 1300-1450, 690 blz.
  • Deel 3: 1450-1575, 808 blz.
  • Deel 4: 1575-1675, 768 blz.
  • Deel 5: 1675-1750, 998 blz.
  • Deel 6 t/m 8 zijn gepland voor 2012, 2014 en 2017
De serie is van onschatbare waarde voor historici en genealogen en zijn prachtig geïllustreerd. De bekende Franse historicus Emmanuel le Roy Ladurie schreef over de serie: "Ik raad iedereen aan Nederlands te leren, om het werk van Buisman te kunnen lezen". De boeken kosten € 49,50 per deel.


Voor wie voorlopig met één boek van Buisman wil volstaan verscheen onlangs het boek Extreem weer! Een canon van weergaloze winters & zinderende zomers, hagel & hozen, stormen en watersnoden. Dit boek kost eveneens € 49,50 (zie website uitgever) en is bijgewerkt tot en met de winter van van december 2010. Het boek heeft een groot aantal bijlagen met overzichten van brongebruik, hitte- en koudegolven, records, antieke lengtematen, elfstedentochten, stormvloeden etc.

In september 2001 schreef Jan Buisman al eens een artikel voor het CBG kwartaalblad Genealogie over weer en geschiedenis. Dat artikel kan hier worden gedownload. In dat artikel wijst Buisman ook op het belang van oude kranten en  jaarboeken voor de reconstructie van het weer in een bepaald jaar. Hij noemt met name de Hollandse Mercurius (1650 tot 1690), de Europische Mercurius (1691 tot 1756), de Nederlantsche Mercurius (1756 tot 1807). Verschillende jaargangen van deze jaarboeken zijn inmiddels online te vinden via Google Books of Internet Archive.
Voor oude kranten beschikken we natuurlijk over de website Historische Kranten van de KB, waar je kunt zoeken in vier eeuwen kranten.

Zie ook artikel website KNMI: Buisman over de warmste zomer (1540)
Zie ook artikel website KNMI: Buisman over de kleine ijstijd.

woensdag 20 april 2011

Hans Aarsman over anonieme bruiloftfoto's

Foto's zijn ook bronnen. Foto's optimaal gebruiken of interpreteren is net als het interpreteren van geschreven bronnen een kunst op zich. Hans Aarsman doet dat op een heel eigen manier. 17 April jl. was Hans Aarsman te gast bij Kunststof TV, waar hij uit de doeken deed hoe hij op zijn eigen speciale manier aankijkt tegen anonieme bruiloftfoto's vol van universele cliché's. Met een bijdrage van schrijfster Naema Tahir. Zie onderstaand, vanaf 11:05 minuten. Of ga naar player.omroep.nl

Get Microsoft Silverlight Of bekijk de flash versie.

maandag 18 april 2011

Herkomstonderzoek en plaatsnamen

Bij genealogisch onderzoek stuit je regelmatig op plaatsnamen (toponiemen) waarvan je in eerste instantie geen flauw idee hebt waar je ze moet zoeken. Of je denkt het wel te weten en komt er later achter dat je er helemaal naast zat. 
Net als bij familienamen zijn ook plaatsnamen niet onveranderlijk. De spelling wijzigt in de loop van de eeuwen en soms krijgen plaatsen zelfs een nieuwe naam. Denk maar eens aan plaatsen in Oost-Europa die onder de communisten werden genoemd naar vaderlandse helden en later weer hun oorspronkelijke naam terug kregen. Zoals Sint-Petersburg > Leningrad > Sint-Petersburg.
Ook nemen plaatsen toe of af in belang. Een klein gehucht van weleer kan een grote stad zijn geworden en een voormalige buurgemeente hebben overvleugeld. Soms vervallen gemeenten tot buurtschappen. Sommige dorpen worden opgeslokt door steden en de naam vind je dan terug als stadswijk, straatnaam of zelfs helemaal niet meer. Dan hebben we nog verdwenen dorpen en verdronken plaatsen. Sommige plaatsnamen komen vaker voor dan je denkt, hetgeen nogal eens tot verwarring leidt. Om nog maar te zwijgen van verschrijvingen, fonetische spelling etc.
Met andere woorden, een historische plaatsaanduiding juist interpreteren is niet altijd een abc'tje.

Bij het Stadsarchief Amsterdam hadden ze die ervaring ook. De medewerkers kregen veel vragen van bezoekers naar aanleiding van duistere toponiemen. Dat was voor de voormalige gemeentearchivaris Simon Hart aanleiding om een kaartsysteem te maken met aangetroffen oude herkomstbenamingen en de juiste moderne benaming. Hiervan is inmiddels een lijst gemaakt. Die lijst is als PDF te downloaden en telt inmiddels maar liefst 1918 pagina's !!

Uiteraard is geen enkele lijst volledig. Ook niet eentje van bijna 2000 pagina's. Niet in de laatste plaats omdat deze lijst gebaseerd is op de Amsterdamse ervaringen. Voor de mensen die met de lijst niet geholpen zijn volgen enkele tips om zelf op onderzoek uit te gaan. Het Stadsarchief Amsterdam houdt zich aanbevolen voor aanvullingen.


Op internet zijn enkele handige sites te vinden met overzichten van Nederlandse plaatsnamen. Zoals Metatopos.org, met ongeveer 6500 plaatsnamen , op verschillende manieren gepresenteerd.

Erg handig is ook de Gemeente Atlas van Kuyper. Op de gedetailleerde kaarten per gemeente die zijn gemaakt in tussen 1865 en 1870 zijn vaak de kleinste gehuchten nog terug te vinden.

In z'n algemeenheid zijn oude kaarten vaak waardevolle hulpmiddelen bij herkomstonderzoek. Ook de website WatWasWaar biedt een groot aantal oude kaarten die behulpzaam kunnen zijn.

Op de website van het Netwerk Naamkunde is een speciaal hoofdstuk gewijd aan etymologie van toponiemen. Daarbij ook aandacht voor boerderijnamen. Boerderijnamen waren in het verleden vooral in Gelderland van belang als onderscheidend element. Vaak werden mensen zelfs naar de boederijnaam genoemd. Dit is onderwerp van een bloeiend speciaal onderzoekspecialisme van met name het Oostgelders Tijdschrift voor Genealogie en Boerderijonderzoek, het OTGB.



In de databank Namen en naamkunde in Nederland en elders van het Meertens Instituut kun je zoeken op toponiemen. Als resultaat krijg je publicaties waarin de gezochte plaatsnaam voorkomt en gegevens over de locatie.


Wanneer je voorouders uit het buitenland komen kun je evengoed te maken krijgen met plaatsnamenproblematiek. Vaak nog verergerd doordat de ambtenaar, dominee of pastoor in kwestie bij het noteren van plaatsen van herkomst vaak de neiging had minder precies te zijn naar mate de plaats verder weg was en de vreemdeling vaak ook nog eens een andere taal sprak.
In Frankrijk was de Franse Revolutie aanleiding om veel plaatsnamen te wijzigen. Gelukkig zijn er oude kaarten en waarop de oude plaatsnamen te vinden zijn, en zijn er onderzoekers die lijsten aanleggen met oude plaatsnamen. In Migranten dossier@CBG is hier eerder aandacht aan besteed.

Er handig is verder de forum-website Exonyme - Vergessene Ortsnamen. Daar worden vergeten plaatsnamen uit de hele wereld gesignaleerd, gezocht en besproken. Daar een vraag stellen kan een goed idee zijn.

Toegevoegd 19 september 2011, na tip van Bob Coret via Twitter:

Wikipedia geeft een overzicht van endoniemen, buitenlandse plaatsnamen die in het Nederlands anders worden genoemd. Denk aan Luik voor Liège.
Wikipedia geeft ook een overzicht van exoniemen, Nederlandse plaatsnamen die in het buitenland anders worden genoemd. Denk aan Bois le Duc voor 's Hertogenbosch.

vrijdag 15 april 2011

Schrijfwijzers

Regelmatig bereiken ons vragen van het type "aan welke regels moet ik me houden bij het schrijven".  We hebben daarvoor géén kant en klare handleiding liggen. Wel hebben we specifieke richtlijnen voor artikelen in het Jaarboek CBG (zie download), maar het ligt niet voor de hand die op allerlei andere publicaties ongewijzigd toe te passen.
Voor het schrijven volgens wetenschappelijke maatstaven zijn op websites van verschillende universiteiten tips, schrijfwijzers etc. te vinden. Daaruit kan de aspirantschrijver met wat vindingrijkheid goed een eigen 'recept' destilleren.

Enkele voorbeelden:
Een hoop tips op allerlei deelgebieden vind je opgesomd onder de titel 'schrijven leren' op de website van Schrijvers4fun.

Uiteraard zijn er ook handleidingen te koop:

Bekend is de Schrijfwijzer van Jan Renkema (afb. boven). Doelgroep is iedereen die dagelijks teksten schrijft of corrigeert, zoals: academici en HBO’ers letteren/communicatie, taaldocenten, communicatiespecialisten, journalisten, tekstschrijvers, redacteuren, correctoren, beleidsambtenaren en juristen. Zie website Sdu Uitgevers.

Speciaal gericht op internet is het boek Schrijfwijzer voor het web van Chrétien Breukers en Merel Roze (2e afb.). Zie website Uitgeverij Augustus.

Een andere keer zullen we aandacht besteden aan creatief schrijven...

Oorlogsdagboeken als bron of ter inspiratie ...

Dagboeken zijn voor sommige soorten onderzoek waardevolle bronnen. Niet alleen omdat ze veel zeggen over de schrijver van het dagboek of over de onderwerpen die in het dagboek aan bod komen. Ze kunnen ook een bron van inspiratie zijn. Als je weet dat een voorouder ondergedoken heeft gezeten in de oorlog en je wil méér weten over wat hij of zij mogelijk heeft meegemaakt, dan kan het lezen van dagboeken van lotgenoten helpen om je er een voorstelling te maken. Ook kunnen dagboeken een bron van inspiratie zijn wanneer je je wil voorbereiden op vraaggesprekken waarmee je bijvoorbeeld oral historie wil vastleggen.

Bij het NIOD in Amsterdam hebben ze inmiddels méér dan 1600 oorlogsdagboeken beschreven. Vastgelegd is (indien bekend) de auteur, plaats van handeling en periode die het dagboek beslaat en een korte beschrijving van de inhoud. Er zijn dagboeken van allerlei verschillende soorten mensen, waaronder ook onderduikers, verzetsstrijders, mensen die werkte in de Arbeidseinsats etc. De meeste dagboeken zijn slechts beperkt toegankelijk i.v.m. overwegingen van privacy. Zie website NIOD (>Zoeken in collecties > Dagboekcollecties) voor meer informatie over voorwaarden en recente toevoegingen.
Een overzicht van de oorlogsdagboeken van het NIOD is te vinden in www.archieven.nl, onderverdeeld naar Europese en Indische dagboeken. Met wat zoeken vind je ook enkele dagboeken die wel volledig digitaal toegankelijk zijn. Zoals deze.

Een kleiner aantal oorlogsdagboeken en brieven uit de oorlog is wel integraal te lezen via Het Geheugen van Nederland.
Ook het Utrechts Archief heeft een (klein) aantal Oorlogsdagboeken online gezet. Die vind je hier.


Een héél speciaal oorlogsdagboek is dat van Elisabeth van Aller-van den Born. Zij woonde als 12-jarig meisje tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amersfoort. Zij schreef haar belevingen in haar dagboek, net als Anne Frank. Haar dagboek is door Museum Flehite gescand en door mevrouw Van Aller beschikbaar gesteld voor gebruik in het onderwijs. Zie website Archief Eemland

maandag 11 april 2011

Dateren van carte de visite foto's

Bijna iedereen heeft in oude familiealbums wel een paar zogenaamde carte de visite foto's. Dat zijn van die kleine foto's (ca. 6 x 9 cm) , meestal een portret, geplakt op een kartonnetje met op voorzijde of achterzijde naam of logo van de fotograaf.  Ze waren erg 'en vogue' vanaf ongeveer 1860 tot en met de Eerste Wereldoorlog. De fotograaf maakte ze in zijn atelier en daarbij ensceneerde hij het geheel vaak met speciale kledij of attributen en achtergronddecors. Door die werkwijze is aan de afbeelding zelf vaak moeilijk te zien hoe oud ze precies zijn. Daardoor zijn ze soms zelfs niet 1,2,3 met zekerheid toe te schrijven aan een bepaalde generatie. Is het de oom of de neef? De datering is een kunst op zich.

Er zijn wel een paar handigheden die kunnen helpen. Allereerst natuurlijk eventuele op- of bijschriften, dat spreekt voor zich. Daarna ook de context. De volgorde waarin foto's in een album zitten kan natuurlijk veel verduidelijken, al zitten daar haken en ogen aan. Een technisch hulpmiddel is het gewicht van de foto's. De volgende tabel geeft aan hoe het gemiddelde gewicht van de carte de visite foto's in de loop van de decennia veranderde. Dit vraagt om een secure post- of keukenweegschaal.



Maar de belangrijkste methode om een foto bij benadering te dateren is het verzamelen van informatie over de fotograaf die de foto heeft gemaakt. Dan moet je wel beschikken over biografische gegevens van een fotograaf. Gelukkig heeft Steven Wachlin vele jaren gewerkt aan een totaaloverzicht van alle fotografen in Nederland geboren vóór 1900. Dit heeft geleid tot twee kloeke boeken die in april 2011 zijn uitgekomen: Photographers in the Netherlands. Daarin van bijna 3000 fotografen zoveel mogelijk biografische gegevens, waaronder veelal ook de actieve jaren en de verschillende adressen waarop de fotograaf gevestigd was, met de vestigingsjaren. De boeken van Steven Wachlin tellen méér dan 700 pag.'s,  zijn verkrijgbaar bij het CBG en kosten samen € 99,- incl. verzendkosten. Bestellen kan per email.

In het voorjaarsnummer van 2004 van het CBG-kwartaalblad Genealogie stond een artikel van D.P. Huijsmans van de Universiteit van Leiden over het dateren van carte de visite foto's. Dat kun je hier lezen.

In het voorjaarsnummer van Genealogie van dit jaar staat een artikel van Hans Rooseboom van het Rijksmuseum naar aanleiding van het verschijnen van bovengenoemd naslagwerk van Steven Wachlin. Dat kun je hier lezen.


Bij het CBG is ook een handig boekje verkrijgbaar waarin uitgebreid uit de doeken wordt gedaan hoe oude foto's te dateren. Het Nederlandse fotoportret 1860-1915, van M. van Dorpel, J.F. Kousemaker en J.W. Zondervan. Dit is verschenen als CBG-reeks nr. 11 (Den Haag 1989), telt 60 pag.'s. en kost slechts € 7,-.Het boek kan hier online worden besteld.

vrijdag 1 april 2011

Vastleggen familieverhalen - deel 3: Oorlogsverhalen

Bij het vastleggen van oral history vragen verschillende onderwerpen om verschillende aanpak en voorbereiding. In Methodiek dossier@CBG  besteedden we al een aantal keer aandacht aan het vastleggen van familieverhalen. In Vastleggen familieverhalen - deel 1: Oral history gaat het in het algemeen over methoden en technieken voor interviews en voorbeeldvragen. In Vastleggen familieverhalen - deel 2: Verre Voorouders is er speciale aandacht voor de noodzaak van het vastleggen van oral history van mensen met hun wortels in het verre buitenland zoals Turkije en Marokko.

Het vastleggen van oorlogsverhalen is weer een heel ander hoofdstuk. In het kader van het subsidieprogramma van Erfgoed van de Oorlog van het Ministerie van VWS is een website tot stand gekomen met daarop een groot aantal Getuigenverhalen, verdeeld over verschillende thema's zoals dagelijks leven, evacuatie, illegaliteit, internering, vervolging, nationaal-socialisme, Nederlands-Indië. Deze kunnen dienen ter inspiratie bij de voorbereiding van eigen projecten.

Ook heeft het project Getuigenverhalen in het kader van het vastleggen van de zogenaamde 'lessons learned' geleidt tot een speciale handleiding voor interviews over oorlogservaringen. Hoe ga je om met goed en fout? Willen mensen wel vertellen over traumatische ervaringen?  
De handleiding is op internet beschikbaar. Daarin komen de volgende onderwerpen aan de orde:
  • het voorbereiden van interviews,
  • het voeren van verschillende ‘soorten’ gesprekken over het oorlogs verleden en het filmen daarvan,
  • enkele ethische, juridische en technische kwesties die met het oproepen, vastleggen en toegankelijk maken van persoonlijke herinneringen verbonden zijn.

Met dank aan Archiefforum.

maandag 28 maart 2011

375 jaar professoren van Universiteit Utrecht

Ter gelegenheid van het 375-jarig bestaan van de Universiteit van Utrecht is vorige week vrijdag op de dies natalis de website Catalogus Professorum gelanceerd. De website bevat biografische en beroepsmatige gegevens over alle ca. 2600 hoogleraren die sinds 1636 aan de Universiteit Utrecht werkzaam zijn geweest en nog zijn.


De lijst is nagenoeg compleet. Hier en daar ontbreken nog enkele gegevens. Het publiek kan helpen om de ontbrekende gegevens aan te vullen; de site kent daartoe een antwoordknop.

Samen met het Digitaal Album Promotorum en de Bibliografie BiGUU  (publicaties over de geschiedenis van de Universiteit Utrecht) is nu via de website van de universiteit een drietal nuttige onderzoeksinstrumenten beschikbaar voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Universiteit Utrecht.

Eerder besteedden wij in Methodiek dossier@CBG al aandacht aan de dvd Alba Studiosorum van het CBG, waarop ook alle ingeschreven studenten van de Universiteit Utrecht zijn te vinden.